Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/17.7.2
17.7.2 Artikel 23 EEX-r/17 Verdrag
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS414369:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Rb. Rotterdam 14 juni 2006, NIPR 2007, 54 laat geen ruimte voor aanvullende werking van redelijkheid en billijkheid.
Rb. Arnhem 19 juli 2006, NIPR 2006, 314 verwerpt zonder omhaal een beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid.
Par. 12.5.
HvB Gent 23 november 2005, TBH 2006, p. 984 benadrukt het uitgangspunt naar Belgisch recht dat kwade trouw niet wordt vermoed.
HvJ EG 9 december 2003, zaak C-116/02, Gasser/MISAT, Jur. 2003, p. 1-14693; NJ 2007, 151.
HvJ EG 9 december 2003, zaak C-116/02, Gasser/MISAT, Jur. 2003, p. 1-14693, NJ 2007, 151, r.o. 55 e.v.
HvJ EG 9 december 2003, zaak C-116/02, Gasser/MISAT, Jur. 2003, p. 1-14693, NJ 2007, 151, r.o. 70.
De ruimte voor toetsing van een forumkeuze aan het beginsel van redelijkheid en billijkheid en de verboden tot misbruik van omstandigheden of bevoegdheid is gering. Partijen zouden hiervoor kunnen teruggrijpen op de lex causae of de lex fori. Dat lijkt mij echter geen gelukkige oplossing omdat hiermee ruimte gaat ontstaan voor het doorbreken van de uniforme interpretatie van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag.
Het is mijns inziens een rechtsbeginsel gemeen aan de rechtsstelsels van alle EG-lidstaten c.q. verdragsluitende staten dat een forumkeuze niet mag leiden tot misbruik van bevoegdheid of omstandigheden. Hetzelfde merk ik op voor de aanvullende en derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid.1 Het probleem is echter dat de opvattingen hierover uiteenlopen en een gat in het gesloten systeem van internationale bevoegdheid niet mag worden geopend met als argument dat sprake is van misbruik of strijd met de redelijkheid en billijkheid. Naar mijn mening bestaat dan ook slechts in zeer uitzonderlijke situaties ruimte voor een dergelijke toets 2 Mijns inziens dient een onderscheid te worden gemaakt tussen de werking van de redelijkheid en billijkheid enerzijds en misbruik van omstandigheden of bevoegdheid anderzijds.
Voor redelijkheid en billijkheid bestaat geen ruimte buiten de redelijkheid en billijkheid die voortvloeit uit de overeenkomst tot aanwijzing van de bevoegde rechter. Deze redelijkheid en billijkheid is een autonoom begrip en dient niet te worden uitgelegd aan de hand van het toepasselijke recht. De forumkeuze ex art. 23 EEX-V°/ 17 Verdrag dient te worden uitgelegd aan de hand van de redelijkheid en billijkheid. Vooral de bedoeling van partijen, de gevolgen en strekking van de forumkeuze en de wederzijdse redelijke verwachtingen van partijen zullen daarbij een rol spelen. De redelijkheid en billijkheid kan daarbij een aanvullende en derogerende werking hebben ten aanzien van de forumkeuze.
Voor misbruik van omstandigheden speelt het nationale recht nog wel een kleine rol. De enige ruimte die art. 23 EEX-V°/17 Verdrag daartoe biedt, is de wilsovereenstemming die daadwerkelijk moet vaststaan. Bij misbruik van omstandigheden is dat niet het geval — althans de wilsovereenstemming wordt geacht niet aanwezig te zijn wegens een wilsgebrek — en de rechter kan op deze grond een forumkeuze toetsen. Op de wilsgebreken is volgens de heersende mening in de literatuur de lex causae van toepassmg.3Ik zie voor het nationale recht in deze bijv. een rol weggelegd voor de vraag wanneer sprake is van goede trouw. Voor de invulling daarvan verwijs ik bijv. naar art. 3: 11 BW.4
Tot nu toe heeft zich bij mijn weten één geval in de rechtspraak van het Hof van Justitie voorgedaan waarbij misbruik van bevoegdheid betreffende forumkeuze aan de orde is geweest.5 In de derde vraag in het arrest Gasser/MISAT6 was aan de orde of een vordering houdende een negatief declaratoir voor de Italiaanse rechter — waar de procedure derhalve buitengewoon lang zou gaan duren — reden was om af te wijken van art. 21 EEX. Daardoor zou in deze casus toch kunnen worden geprocedeerd voor de aangewezen rechter, waar dezelfde zaak eveneens aanhangig was gemaakt. Het Hof van Justitie laat in navolging van AG Léger geen ruimte voor een beroep op misbruik van bevoegdheid.7 Het Hof van Justitie oordeelt dat de letter, strekking en het doel van het EEX het buiten toepassing laten van art. 21 EEX niet toelaten. Art. 21 EEX vermeldt deze mogelijkheid immers niet. De strekking en het doel van het EEX zijn gericht op vertrouwen in elkaars rechtssystemen en gerechtelijke instanties en daarin past niet een correctie voor staten waar de duur van de procedures buitengewoon lang is. De motivering van het Hof van Justitie is zeer mager, omdat de zaak er alle schijn van heeft dat MISAT het negatief declaratoir ge(mis)- bruikte om Gasser de mogelijkheid te ontnemen gewone handelsfacturen gerechtelijk te innen. Het is jammer dat Gasser zijn stellingen niet meer heeft toegespitst op misbruik van bevoegdheid door MISAT in het licht van (1) een forumkeuze voor de Oostenrijkse rechter, (2) het (vage) negatieve declaratoir dat MISAT gebruikte in de Italiaanse procedure (3) de lange duur van de procedure voor de Romeinse rechter en (4) de afwezigheid van proceshandelingen (naar ik begrijp gebeurde er in de procedure in Italië weinig). Het belang voor de praktijk lijkt daarom tot nu toe beperkt en het Hof van Justitie heeft tot nu toe geen ruimte gelaten voor een beroep op de redelijkheid en billijkheid of misbruik van omstandigheden of bevoegdheid.8