Inhoudsopgave
De rechtsverhouding tussen erfpachter en erfverpachter (R&P nr. VG10) 2019/2.3.1:2.3.1 Inleiding doctrine
De rechtsverhouding tussen erfpachter en erfverpachter (R&P nr. VG10) 2019/2.3.1
2.3.1 Inleiding doctrine
Documentgegevens:
Jacqueline Broese van Groenou, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
Jacqueline Broese van Groenou
- JCDI
JCDI:ADS388444:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Genotsrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De doctrine volgt over het algemeen de indeling van het wetboek en benadert de rechtsverhouding daarom zelden vanuit een verbintenisrechtelijk perspectief. Vanuit goederenrechtelijk oogpunt wordt vooral aandacht besteed aan de afbakening van rechten en verplichtingen met en zonder zakelijke werking, waarbij wel wordt geconstateerd dat afspraken tussen erfverpachter en erfpachter die onvoldoende verband houden met de relatie tot het goed, louter obligatoire werking kunnen hebben. Bekeken vanuit een verbintenisrechtelijk perspectief voldoen de onderlinge verplichtingen ook aan de omschrijving van een verbintenis en is er geen reden, anders dan de keuze van de wetgever, om de regels van Boek 6 BW niet op deze verbintenissen van toepassing te laten zijn. In de rechtsgeleerde literatuur zijn verschillende standpunten ingenomen over de vraag of Boek 6 BW van toepassing is op rechtsverhoudingen uit beperkte rechten in het algemeen en erfpachtrechten in het bijzonder. Zoals gezien was enerzijds Meijers van opvatting dat Boek 6 BW niet van toepassing was op zakelijke rechtsverhoudingen en was Schoordijk anderzijds van opvatting dat de erfpachtverhouding als een obligatoire verhouding moest worden beschouwd die door de wet in een zakelijk jasje was gestoken. Eggens koos voor een middenweg met de opvatting dat de rechtsverhouding zowel een zakelijke als een verbintenisrechtelijke kant heeft. Deze argumenten voor of tegen de stelling dat op verbintenissen uit de erfpachtverhouding de regels van Boek 6 BW van toepassing zijn worden hieronder in chronologische volgorde besproken. Deze bespreking wordt vooraf gegaan door een kort overzicht van de doctrine uit de negentiende en begin twintigste eeuw en besloten met een aantal recente opvattingen en een conclusie.