BA 2018/222
Wmo, gepretenteerde bevoegdheid van staatssecretaris, besluitkarakter van verdeling fonds, doorzending van bezwaarschiften omwille van efficiënte rechtsbescherming
RvS 27-06-2018, ECLI:NL:RVS:2018:2120
- Instantie
Raad van State
- Datum
27 juni 2018
- Zaaknummer
201700075/1/A2 en 201700077/1/A2
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Maatschappelijke ondersteuning / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Algemeen
Staatsrecht / Decentralisatie
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Staatsrecht / Rechtspraak
Bestuursprocesrecht / Bezwaar
Staatsrecht / Wetgeving
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2018:2120, Uitspraak, Raad van State, 27‑06‑2018
- Wetingang
Art. 1:3 Algemene wet bestuursrecht (Awb); Wet maatschappelijk ondersteuning 2015 (Wmo 2015); Wet maatschappelijk ondersteuning (Wmo – oud); art. 3 lid 1 en lid 2, art. 5 lid 2, art. 13 lid 1 en lid 2 Financiële-verhoudingswet (Fvw); Besluit decentralisatie- en integratie-uitkeringen
Essentie
Wmo, gepretenteerde bevoegdheid van staatssecretaris, besluitkarakter van verdeling fonds, doorzending van bezwaarschiften omwille van efficiënte rechtsbescherming
Samenvatting
De eerste juridische vraag is of de staatssecretaris een publiekrechtelijke bevoegdheid heeft om de [huishoudelijke hulp toelage (HHT)] voor een gemeente vast te stellen. Daarover kan de Afdeling kort zijn: die bevoegdheid heeft de staatssecretaris niet. Dat komt door de manier waarop de uitkering van de HHT is geregeld. De HHT is een decentralisatie-uitkering uit het gemeentefonds. Het vakdepartement van VWS levert het budget en verricht ook de voorbereidende werkzaamheden, waarbij de beoordeling bij de staatssecretaris ligt, maar de ministers van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.