Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/2.5.4.1
2.5.4.1 De creatie van ‘administrative’ en ‘dispositive’ powers
1
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717312:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
In dit onderzoek wordt enkel de creatie van powers door middel van een intentie besproken. De andere wijzen – waaronder creatie van powers door middel van reeds verleende powers en creatie van powers door middel van verwijzing – worden buiten beschouwing gelaten. Zie hiervoor uitgebreid: G. Thomas, Thomas on Powers, Oxford: Oxford University Press 2012, p. 104-105 en 110-117; L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nr. 28-032 en 28-033; R. Wilson, Halsbury’s Laws of England. Trusts and Powers (volume 98), London: LexisNexis 2019, nrs. 102, 111 en 112.
Zij in casu opgemerkt dat in het verleden in de Anglo-Amerikaanse rechtsliteratuur controverse bestond over de vraag of de creatie van ‘dispositive’ powers – en in het bijzonder powers of appointment – bij uiterste wilsbeschikking strijdig is met het verbod van wilsdelegatie. Vaste rechtspraak heeft sindsdien uitgewezen dat het Anglo-Amerikaanse erfrecht de creatie van powers of appointment bij uiterste wilsbeschikking toestaat. Desondanks is het – door conflicterende uitspraken over het bestaan van een verbod van wilsdelegatie – nog steeds niet geheel duidelijk of een regel die wilsdelegatie bij uiterste wilsbeschikking verbiedt, überhaupt bestaat. Voorts heeft de rechter zich tot heden niet uitgelaten over de mogelijkheid tot creatie van een power of revocation die betrekking heeft op trusts die pas na het overlijden van de erflater tot stand komen (testamentary trusts). Ten gevolge hiervan is het thans onduidelijk of de geldigheid van dergelijke powers die bij uiterste wilsbeschikking tot stand zijn gekomen, naar Anglo-Amerikaans recht aangetast kan worden door een verbod van wilsdelegatie (voor zover dit verbod bestaat). Zie hierover o.a.: D.M. Gordon, ‘Delegation of Will-making Power’, Law Quarterly Review 1953/3; I.J. Hardingham, ‘The Rule against delegation of will-making power’, Melbourne University Law Review 1974/9; In Re Beatty Hinves v. Brooke [1990] 1 WLR 1503; Tassone v. Pearson [2012] BCSC 1262, p. 36-74; G. Thomas & A. Hudson, The Law of Trusts, Oxford: Oxford University Press 2010, p. 150-151; R. Wilson, Halsbury’s Laws of England. Trusts and Powers (volume 98), London: LexisNexis 2019, nr. 103; L. King, Halsbury’s Laws of England. Wills and Intestacy (volume 102), London: LexisNexis 2021, nr. 11. Zie ook: G. Farwell, A Concise of Treatise on Powers (3 Ed.), London: Stevens & Sons Limited 1916, p. 121 en G. Thompson, Law of Wills, Indianapolis: Bobbs Merrill 1916, p. 322 e.v.; Williams, Mortimer & Sunnucks. Executors, Administrators & Probate, London: Sweet & Maxwell 2018, p. 929; J. Glister & J. Lee, Hanbury & Martin. Modern Equity, London: Sweet & Maxwell 2021, p. 166-167; L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nrs. 30-006 en 30-046; L. Smith, ‘What is left of the non-delegation principle?’, in: B. Häcker & C. Mitchell (red.), Current Issues in Succession Law, Oxford: Hart Publishing 2016.
L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nr. 28-029; R. Wilson, Halsbury’s Laws of England. Trusts and Powers (volume 98), London: LexisNexis 2019, nrs. 102,103 en 106; A. Learmonth e.a., Williams, Mortimer & Sunnucks. Executors, Administrators & Probate, London: Sweet & Maxwell 2018, p. 887 e.v.; J.G. Riddall, The Law of Trusts, Oxford: Oxford University Press 2002, p. 266.
G. Thomas, Thomas on Powers, Oxford: Oxford University Press 2012, p. 103-104 en p. 752; L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nr. 28-029, 28-030, 28-031 en 33-100; R. Wilson, Halsbury’s Laws of England. Trusts and Powers (volume 98), London: LexisNexis 2019, nr. 104.
G. Thomas, Thomas on Powers, Oxford: Oxford University Press 2012, p. 103-104; L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nr. 28-029, 28-030 en 28-031; R. Wilson, Halsbury’s Laws of England. Trusts and Powers (volume 98), London: LexisNexis 2019, nr. 104.
G. Thomas, Thomas on Powers, Oxford: Oxford University Press 2012, p. 104 en 752; L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nr. 28-029; G. Thomas & A. Hudson, The Law of Trusts, Oxford: Oxford University Press 2010, p. 488.
G. Thomas, Thomas on Powers, Oxford: Oxford University Press 2012, p. 103.
Zie voor de betekenis van objecten paragraaf 2.5.6.3.
E.B. Sugden, A Practical Treatise of Powers (Vol. 1), London: S. Sweet 1845, p. 117. Zie ook paragraaf 2.5.8.
R. Wilson, Halsbury’s Laws of England. Trusts and Powers (volume 98), London: LexisNexis 2019, nr. 4; L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nr. 28-034. Vgl. met betrekking tot de power of revocation ook: A.W. Scott, ‘The effects of a power to revoke a trust’, Harvard Law Review 1944/57, p. 366.
Powers die bij wettelijke regeling zijn gecreëerd, kunnen niet altijd worden uitgesloten, beperkt, uitgebreid of op één of andere wijze worden gewijzigd. Zie in dit kader bijvoorbeeld sections 106 en 108 van de Settled Land Act 1925. Zie ook: R. Wilson, Halsbury’s Laws of England. Trusts and Powers (volume 98), London: LexisNexis 2019, nr. 4; L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nrs. 36-003 en 36.004.
G. Thomas, Thomas on Powers, Oxford: Oxford University Press 2012, p. 109.
Section 57 van de Trustee Act 1925. Zie ook G. Thomas & A. Hudson, The Law of Trusts, Oxford: Oxford University Press 2010, p. 417; G. Virgo, The Principles of Equity & Trusts, Oxford: Oxford University Press 2020, p. 398; L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nrs. 52-008 t/m 52-024.
‘Administrative’ en ‘dispositive’ powers kunnen in beginsel – evenals trusts
op twee tijdstippen in het leven worden geroepen, namelijk:
gedurende het leven, ofwel inter vivos; of
bij uiterste wilsbeschikking2, ofwel testamentary.3
Voor het ontstaan van zowel ‘administrative’ als ‘dispositive’ powers vereist het Anglo-Amerikaanse recht dat de persoon die de power in het leven roept, op duidelijke en ondubbelzinnige wijze zijn intentie om die specifieke power te creëren, kenbaar maakt.4 De onderhavige intentie moet tevens in een daarmee corresponderende – expliciete, dan wel impliciete – verklaring zijn vervat.5 De kenbaarmaking van de intentie behoeft echter niet noodzakelijkerwijs gepaard te gaan met specifieke bewoordingen.6 Zolang uit de bewoordingen in de verklaring – hoe informeel ook – een heldere intentie om een power te creëren kan worden afgeleid, wordt de power in het leven geroepen. Wel is het van belang dat bij de creatie van de power, het doel van de power wordt omschreven en de reikwijdte hiervan wordt bepaald.7
Wordt een ‘dispositive’ power gecreëerd, dan dienen evenzeer het object c.q. de objecten van de verkrijging8 en het goed waarop de power betrekking heeft, te worden omschreven.9
Voorts komt het in het Anglo-Amerikaanse recht regelmatig voor dat ‘administrative’ en ‘dispositive’ powers bij wettelijke regeling, statute, in het leven worden geroepen.10 Dergelijke powers zijn meestal van regelend recht en bieden de persoon die de power verleent, de ruimte om afwijkende regelingen te treffen.11 Dit behelst de mogelijkheid om de power geheel uit te sluiten, dan wel op enigerlei wijze te modificeren. In dat geval is niet de vraag of de power al dan niet door een intentie rechtsgeldig tot stand is gekomen relevant, doch de vraag in hoeverre de power door de modificaties wordt geraakt.12
Ten slotte kunnen de bovengenoemde powers – onder omstandigheden – door de rechter in het leven worden geroepen.13