PJ 2023/40
De Hoge Raad oordeelt onder meer dat de onvoorwaardelijke toeslag met een voorwaardelijk element (alleen onvoorwaardelijk zolang men deelnemer is) niet onder de bescherming van het wijzigingsverbod van art. 20 Pensioenwet valt.
HR 21-04-2023, ECLI:NL:HR:2023:661, m.nt. mr. T. Huijg
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 april 2023
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma
- Zaaknummer
21/00366 en 21/00370
- Conclusie
A-G mr. G.R.B. van Peursem
- Noot
mr. T. Huijg
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS700862:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:661, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑04‑2023
- Wetingang
Art. 19, 20 PW; art. 7:613 BW
Essentie
De Hoge Raad oordeelt onder meer dat de onvoorwaardelijke toeslag met een voorwaardelijk element (alleen onvoorwaardelijk zolang men deelnemer is) niet onder de bescherming van het wijzigingsverbod van art. 20 Pensioenwet valt.
Samenvatting
Dit is het geding in de AFM-zaak. Er lag een aantal vragen bij de Hoge Raad. De meest principiële was de vraag of de onvoorwaardelijke toeslag met een voorwaardelijk element (alleen onvoorwaardelijk zolang men deelnemer is) onder de bescherming van het wijzigingsverbod van art. 20 Pensioenwet valt en dus niet gewijzigd kan worden. De Hoge Raad oordeelt met aanhaling van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.