Einde inhoudsopgave
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/5.2.1.1
5.2.1.1 Mogelijkheid om de overdraagbaarheid van aandelen te beperken
mr. A.M. Steegmans, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. A.M. Steegmans
- JCDI
JCDI:ADS958012:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIa 2013, nr. 384.
Kamerstukken II 2008/09, 31058, nr. 6, p. 46 en Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIa 2013, nr. 286.
Wet van 18 juni 2012 tot aanpassing van de wetgeving aan en invoering van de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht (Invoeringswet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht), Stb. 2012, 300.
De regel beperkt de overdraagbaarheid. Deze mogelijkheid van beperking van de overdraagbaarheid is een element van het aandeel zelf (art. 3:83 lid 3 BW) zo stelt Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIa 2013, nr. 404. Er is enige discussie of de beperking van de overdraagbaarheid een element van het aandeel zelf is, of dat de beperking leidt tot een gebrek in de titel of beperking van de beschikkingsbevoegdheid van de aandeelhouder die vervreemdt. Zie voor de verschillende opvattingen Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIa 2013, nr. 404 en Bergervoet, GS Vermogensrecht, art. 3:83 BW, aant. 16.2.3 en 16.2.4.
Er wordt aangenomen dat aan een regel die kwaliteitseisen bevat goederenrechtelijke werking toekomt. Dit heeft tot gevolg dat een overdracht aan een persoon die niet aan de kwaliteitseisen voldoet, geen werking heeft. Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIa 2013, nr. 407.
In dat geval ontvangt de aandeelhouder een prijs die gelijk is aan de waarde van zijn aandeel of aandelen. Deze prijs kan op verzoek van de aandeelhouder worden vastgesteld door één of meerdere deskundigen. De statuten kunnen een regeling bevatten die afwijkt van deze prijsbepalingsregeling. Art. 2:192 lid 3 BW.
Boek 2 BW kent een aantal regelingen over de mogelijkheid om aandelen over te dragen. Tezamen worden deze regels ook wel ‘beperkingen van de overdraagbaarheid in ruime zin’ genoemd.1 Hieronder valt ten eerste de mogelijkheid om de overdracht van aandelen te beperken. Dit wordt ook wel overdrachtsbeperking in enge zin of blokkeringsregeling genoemd. Een aandeel kan worden beschreven als een vermogensrecht, maar wel een vermogensrecht van eigen aard.2 Dit heeft tot gevolg dat aandelen overdraagbaar zijn, voor zover de wet dit bepaalt (art. 3:83 lid 3 BW). Sinds de invoering van de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht3 geldt voor aandelen van een BV dat deze in beginsel vrij overdraagbaar zijn. Deze vrije overdraagbaarheid moet wel in de statuten worden vastgelegd op een manier waarop duidelijk is dat er geen enkele overdrachtsbeperking geldt. Vanuit het motief continuïteit van een bedrijf binnen een familie zal hoogstwaarschijnlijk niet snel gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid van vrije overdraagbaarheid.
Het is mogelijk dat de statuten geen bepalingen bevatten met betrekking tot de overdraagbaarheid. Art. 2:195 lid 1 BW geeft in dat geval als regel weer dat de aandeelhouder die zijn aandelen wil vervreemden, de aandelen eerst moet aanbieden aan zijn medeaandeelhouders. Afwijkingen van deze regel, zoals de hierboven genoemde volledig vrije overdraagbaarheid, zijn mogelijk. Dit volgt uit art. 2:195 lid 1 en lid 4 BW. Een voorbeeld van een afwijkende regeling is een goedkeuringsregeling door een ander orgaan dan de aandeelhouders.
Naast beperkingen in de overdraagbaarheid, kunnen de statuten de overdraagbaarheid van aandelen voor een bepaalde termijn uitsluiten (art. 2:195 lid 3 BW). (Dit wordt ook wel ‘lock-up’ genoemd.)
De statutaire regel met betrekking tot de overdraagbaarheid van de aandelen mag niet zover gaan dat de overdracht onmogelijk of uiterst bezwaarlijk wordt (art. 2:195 lid 5 BW).4 Samen met de prijsbepalingsregeling van art. 2:195 lid 4 BW vormen deze twee bepalingen de ondergrens in de mogelijkheid om de overdracht van de aandelen te beperken.5 Vanuit deze ondergrens kan gezegd worden dat in de verhouding tussen de stak als aandeelhouder en de vennootschap die de aandelen heeft uitgegeven, de stak altijd een mogelijkheid heeft om de aandelen te vervreemden.
Worden aandelen overgedragen in strijd met een regel die de overdracht beperkt dan heeft er geen geldige overdracht plaatsgevonden.6
Een tweede beperking in de overdraagbaarheid is dat in de statuten kwaliteitseisen voor aandeelhouders worden opgenomen (art. 2:192 lid 1 sub b BW). Het opnemen van kwaliteitseisen leidt ertoe dat de groep waaraan de aandeelhouder zijn aandelen kan aanbieden in feite wordt beperkt.7 Vanuit het oogpunt van beheer van familievermogen zou bijvoorbeeld kunnen worden bepaald dat alleen leden van een bepaalde familie en de stak aandeelhouder kunnen zijn.
De derde beperking betreft de mogelijkheid dat de statuten een aanbiedingsplicht voor de aandeelhouder bevatten (art. 2:192 lid 1 sub c, lid 3 en lid 5 BW). De statuten bepalen bij een aanbiedingsplicht in welke gevallen de aandeelhouder verplicht is om zijn aandelen aan te bieden.8 De regeling in de statuten moet nauwkeurig zijn omschreven en het moment waarop de aanbiedingsplicht geldt moet objectief bepaalbaar zijn.9 Voorbeelden van objectief bepaalbare momenten zijn: overlijden van de aandeelhouder, ontbinding van de aandeelhouder die rechtspersoon is, het moment dat de aandeelhouder niet meer aan gestelde kwaliteitseisen voldoet en faillissement van de aandeelhouder. Net als de beperking van de overdraagbaarheid in enge zin en de kwaliteitseisen, kan ook de aanbiedingsregeling een rol spelen bij het behoud van juridische eigendom van de aandelen. Zo kan worden bepaald dat de stak verplicht is om de aandelen aan te bieden op het moment dat de stak wordt ontbonden. Een andere mogelijkheid is dat de stak de aandelen moet aanbieden op het moment dat de zeggenschap in het bestuur van de stak voor meer dan de helft aan personen buiten de familie toebehoort.
De statuten van de BV kunnen bepalen dat de vennootschap een onherroepelijke volmacht krijgt om de aandelen aan te bieden en over te dragen op het moment dat de aandeelhouder zelf niet binnen redelijke termijn tot aanbieding overgaat. Is er niemand aan wie de aandelen kunnen worden overgedragen, dan kan er geen volmacht ontstaan en is de aandeelhouder onherroepelijk ontheven van zijn statutaire verplichting tot aanbieding en overdracht van de aandelen (art. 2:195 lid 5 BW). Hier ligt een grens als wordt gekeken naar het behoud van de aandelen binnen een familie. De aanbiedingsplicht verliest haar werking op het moment dat er geen gegadigden zijn om de aandelen over te nemen.