V-N 2017/22.15
Hof past verkeerde bewijslastverdeling toe in btw-kamerverhuurzaak
HR 14-04-2017, ECLI:NL:HR:2017:680, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 april 2017
- Magistraten
Overgaauw, Punt, Van Loon, Van Kalmthout, Van Hilten
- Zaaknummer
15/01901
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS926273:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Bewijs
Omzetbelasting / Vrijstelling
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 14‑04‑2017
ECLI:NL:HR:2017:680, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑04‑2017
- Wetingang
art. 11 Wet OB 1968
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte niet is uitgegaan van de vrije bewijsleer in het kader van de omzetbelasting betreffende de verhuur van kamers aan prostituees.
Samenvatting
Belanghebbende, X bv, beschikt over een gemeentelijke vergunning voor het exploiteren van seksinrichtingen. Tegen vergoeding stelt X bv kamers ter beschikking aan prostituees. In elk van de exploitatievergunningen zijn natuurlijke personen aangewezen die in de panden waarop de desbetreffende exploitatievergunning betrekking heeft, de feitelijke leiding uitoefenen en verantwoordelijk zijn voor de naleving ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.