De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/3.4.3:3.4.3 Een weinig doordacht wetsvoorstel
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/3.4.3
3.4.3 Een weinig doordacht wetsvoorstel
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS368504:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Parl. Gesch. Boek 3 (Vermogensrecht in het algemeen), p. 319 en 320, Asser/Mijnssen, De Haan & Van Dam 3-I, nr. 224, Snijders en Rank-Berenschot, nr. 433 en Struyken (Diss.), par. 7.7.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Erg doordacht lijkt de wetgever ook niet te werk te zijn gegaan. Ten eerste is de gebezigde terminologie slecht gekozen. Reeds drie jaar na de invoering van deze voorziening, werd namelijk het fiduciaverbod ingevoerd. Wat tot dan toe onder de term “overdracht ten titel van beheer” (fiducia cum amico) werd verstaan, werd nietig (art. 3:84 lid 3 BW). Ook het gebruik van de term “tijdelijke overdracht” was weinig gelukkig, nu in ieder geval sinds 1992 een overdracht onder ontbindende tijdsbepaling niet (langer) mogelijk is.1 Beide ontwikkelingen in 1992 kwamen niet als een verrassing, nu één en ander reeds sinds het ontwerp-Meijers uit 1954 in aantocht was. De wetgever werkte de voorziening “tijdelijke overdracht van aandelen ten titel van beheer” derhalve niet nader uit, terwijl de naam van deze voorziening – een van de weinige aanwijzingen om te achterhalen wat deze voorziening behelsde – een samenstelling was van rechtsfiguren die op korte termijn zouden worden afgeschaft. Dat verdient geen schoonheidsprijs. Ik kom hierop terug in par. 17.4.