V-N 2021/22.14
Lagere salariskosten in aanslag VPB dan in aanslag IB niet onredelijk volgens A-G
HR (Parket) 19-04-2021, ECLI:NL:PHR:2021:413, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
19 april 2021
- Zaaknummer
20/02392
- Conclusie
A-G Wattel
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS269519:1
- Vakgebied(en)
Corona (V)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:825, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑06‑2021
Beroepschrift, Hoge Raad, 04‑06‑2021
ECLI:NL:PHR:2021:413, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑04‑2021
- Wetingang
Essentie
Advocaat-Generaal Wattel concludeert dat het beroep in cassatie van X nv gegrond is en verwijst daarbij naar het arrest van de Hoge Raad in de zaak van Y, de dga van X nv. In die zaak oordeelde de Hoge Raad onder andere dat het hof het verzoek om uitstel van de zitting niet afdoende gemotiveerd heeft afgewezen.
Samenvatting
X nv heeft over 2000 t/m 2015 geen aangiften VPB gedaan. Ook voor het geschiljaar 2012 is zij uitgenodigd tot, herinnerd aan en aangemaand tot het doen van aangifte, alles vergeefs. De inspecteur heeft daarom de aanslag VPB 2012 van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.