V-N 2026/5.23
PV-installatie op dak van gebouw van een ander valt niet als geheel onder de OZB-werktuigenvrijstelling
HR 16-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:56, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 januari 2026
- Magistraten
Van Eijsden, Van der Voort Maarschalk, Van Roij
- Zaaknummer
24/02816
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD42685:1
- Vakgebied(en)
Waardering onroerende zaken (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:56, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:494, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑04‑2025
- Wetingang
Art. 2 lid 1-e Uitv.reg. uitgez. obj. Wet WOZ; art. 18 lid 4 Wet WOZ
Essentie
De Hoge Raad volgt het oordeel van het hof dat de PV-installatie op zichzelf als gebouwd eigendom is aan te merken en daarom niet als geheel onder de werktuigenvrijstelling kan vallen.
Samenvatting
X BV heeft zonnepanelen geplaatst op het dak van een gehuurd distributiecentrum. Om de volledige PV-installatie, bestaande uit zonnepanelen, omvormers, bekabeling en meet- en regelapparatuur, te mogen plaatsen, heeft X BV voor het dak een huurovereenkomst gesloten met de eigenaar van het pand. Daarnaast is een recht van opstal gevestigd. In geschil is de WOZ-waardering van de PV-installatie. Partijen zijn het erover eens dat de omvormers, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.