AB 2019/4
Schadevergoeding. Bergingsgebied. Voorrangsregeling. Indien een verzoek om schadevergoeding op grond van art. 7.14 Wtw kan worden ingediend, is afdeling 6.1. Wro niet van toepassing.
RvS 26-09-2018, ECLI:NL:RVS:2018:3120, m.nt. W.J. van Doorn-Hoekveld en F.A.G. Groothuijse
- Instantie
Raad van State
- Datum
26 september 2018
- Magistraten
Mrs. J.A. Hagen, N. Verheij, G.T.J.M. Jurgens
- Zaaknummer
201703388/1/A2, 201703389/1/A2, 201703395/1/A2 en 201703396/1/A2
- Noot
W.J. van Doorn-Hoekveld en F.A.G. Groothuijse
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS43880:1
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Algemeen
Ruimtelijk bestuursrecht / Ruimtelijke ordening
Waterrecht (V)
Ruimtelijk bestuursrecht / Tegemoetkoming in schade (planschade)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2018:3120, Uitspraak, Raad van State, 26‑09‑2018
- Wetingang
Essentie
De voorrangsregeling uit art. 7.16 Wtw heeft ten doel de planschaderegeling van afdeling 6.1. Wro buiten toepassing te laten, ingeval een betrokkene een beroep kan doen op art. 7.14 Wtw. Dit is het geval bij verzoeken om (plan-)schadevergoeding vanwege de aanwijzing van een bergingsgebied.
Samenvatting
Hoewel art. 7.16 Wtw in deze zaak niet van toepassing is, ziet de Afdeling in de door de rechtbank op basis van de rechtspraak van de Afdeling aan die bepaling gegeven uitleg aanleiding hierop in te gaan. Anders dan zou kunnen worden afgeleid uit de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.