De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/16.2.1:16.2.1 Onmiddellijke voorziening of eindvoorziening
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/16.2.1
16.2.1 Onmiddellijke voorziening of eindvoorziening
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS368565:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken TK 22 400, nr. 3 (MvT), p. 15.
Kamerstukken TK 22 400, nr. 3 (MvT), p. 15.
Hof Amsterdam (OK) 26 april 1972, NJ 1973, 6 (Schenkkan).
HR 30 oktober 1974, NJ 1975/185 (Schenkkan).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 2:356 sub b BW noemt schorsing en ontslag van een bestuurder als een mogelijke eindvoorziening. Ontslag heeft een te definitief karakter om als onmiddellijke voorziening te kwalificeren.1 Schorsing van een bestuurder is wel mogelijk bij wijze van onmiddellijke voorziening.2
Hoewel schorsing van een bestuurder dus ook bij eindvoorziening kan, ligt een dergelijke eindvoorziening minder voor de hand. Indien het verhelpen van wanbeleid vergt dat iemand niet langer bestuurder is, heeft het weinig nut om deze tijdelijk buiten spel te zetten. In de Schenkkan-beschikking3 schorste de ondernemingskamer echter de bestuurder bij wijze van eindvoorziening. Daarbij hing dreigement in de lucht. De onderzoeker had geadviseerd om eerst te volstaan met een schorsing, maar de vennootschap te ontbinden als de ruziënde er onderling niet zouden uitkomen. In cassatie sanctioneerde de Hoge Raad deze aanpak.4
Art. 2:356 sub c BW noemt het tijdelijk aanstellen van een bestuurder als een mogelijke eindvoorziening. Een dergelijke aanstelling kan eveneens bij wijze van onmiddellijke voorziening.