Prg. 2026/114
Zorgverlener die na het testeren met de erflater trouwt kan geen beroep doen op de echtgenoot-uitzondering van art. 4:60 onder b BW, omdat het moment van testeren en niet het moment van overlijden beslissend is.
HR 16-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:62
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 januari 2026
- Magistraten
Mrs. G. de Groot, M.J. Kroeze, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/02973
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Erfrecht / Testamenten
Erfrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:62, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:515, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 09‑05‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 30‑07‑2024
- Wetingang
Art. 3:51 lid 3, 4:59 lid 1, 4:60 aanhef en onder b BW
Essentie
Erfrecht. Geldt uitzondering echtgenoten art. 4:60 b BW als begunstigde pas na testeren met erflater trouwt?
Nee, bepalend is hoedanigheid begunstigde op moment testeren.
Samenvatting
Een vrouw heeft als zorgverlener van thuiszorgorganisatie Icare vanaf 2014 zorg verleend aan de erflater. Tussen hen is een affectieve relatie ontstaan. Erflater passeerde op 17 december 2015 een testament. Op 9 september 2016 trouwde hij met de vrouw. Na het overlijden van erflater in 2019 vorderen zijn kinderen een verklaring voor recht dat de vrouw geen rechten kan ontlenen aan het testament. Zij verleende immers ten tijde van het testeren ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.