De kosten van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/9.3:9.3 Aanbevelingen
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/9.3
9.3 Aanbevelingen
Documentgegevens:
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652183:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op basis van het verrichte onderzoek kom ik tot de volgende, concrete aanbevelingen aan de Ondernemingskamer:
De Ondernemingskamer moet de onderzoeker een maximum in rekening te brengen uurtarief opleggen bij het bepalen van het onderzoeksbudget (par. 2.4.2.3). Verder moet de Ondernemingskamer OK-functionarissen bij hun benoeming een maximum in rekening te brengen uurtarief opleggen (par. 4.5.2.3). Ook voor door de onderzoeker en OK-functionarissen aangezochte hulppersonen moet de Ondernemingskamer een standaard uurtarief vaststellen (par. 2.4.3.4.2 en par. 4.5.3.4).
Bij de toewijzing van het enquêteverzoek moet de Ondernemingskamer de onderzoeker aanvankelijk een beperkt budget toekennen, dat dient om de begroting en het plan van aanpak op te stellen (par. 2.5.2.3.4).
De Ondernemingskamer moet zich een strengere houding aanmeten als het aankomt op de beoordeling van (te) laat verzochte verhogingen van het onderzoeksbudget door de onderzoeker (par. 2.6.2). Verder moet de Ondernemingskamer de onderzoeker houden aan zijn toezegging de kosten van het onderzoek te beperken (par. 2.6.4.4).
De Ondernemingskamer moet een brede kring van personen horen bij een verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget, bestaande uit de enquêteverzoeker, de onderzoeker en de geënquêteerde rechtspersoon, alsmede die personen die op basis van het voorlopig oordeel van de onderzoeker het beleid of de gang van zaken van de rechtspersoon als bestuurder, commissaris of ander in dienst van de rechtspersoon bepalen of hebben bepaald (par. 2.6.3.2). Verder moet de Ondernemingskamer een mondelinge behandeling gelasten, indien deze partijen bezwaren formuleren tegen het verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget of niet reageren op de uitnodiging schriftelijk te reageren op het verzoek (par. 2.6.3.3). Diezelfde werkwijze moet de Ondernemingskamer volgen bij het vaststellen van het onderzoeksbudget (par. 2.5.2.3.5) en het vaststellen van de kosten van het onderzoek (par. 2.8.3.3).
De Ondernemingskamer moet het onderzoeksbudget en het bedrag voor de beloning van OK-functionarissen waarvoor zekerheid is gesteld beheren. Hiertoe moet de Ondernemingskamer de rechtspersoon of een directe financier die vrijwillig de kosten van de enquêteprocedure financiert verplichten deze kosten bij wijze van voorschot in depot bij de griffie van het Hof Amsterdam te storten (par. 2.7.4).
De Ondernemingskamer moet de onderzoeker en OK-functionarissen verplichten iedere drie maanden rekening en verantwoording af te leggen van de kosten van het onderzoek respectievelijk hun beloning, waarna de Ondernemingskamer de declaraties van de onderzoeker en OK-functionarissen kan voldoen (par. 2.10 en par. 4.10.4).
De beloning van OK-functionarissen moet de Ondernemingskamer standaard vaststellen aan het einde van hun benoeming (par. 4.8.4). De Ondernemingskamer moet verder gebruikmaken van deelvaststellingen van de kosten van het onderzoek en de beloning van OK-functionarissen (par. 2.8.4 en par. 4.8.4).
Worden onmiddellijke voorzieningen of eindvoorzieningen verzocht, dan moet de Ondernemingskamer partijen standaard vragen of een aansprakelijkheidsverzekering of rechtsbijstandverzekering voor de te benoemen OK-functionarissen beschikbaar is, en zo ja, verzoeken de polisvoorwaarden over te leggen (par. 5.2.7.6).
De Ondernemingskamer moet bij de benoeming van een OK-functionaris ambtshalve bepalen dat de rechtspersoon zijn kosten van verweer is verschuldigd, ten minste bij enquêteprocedures in zeer conflictueuze omstandigheden (par. 5.3.2.6). Daarbij moet de Ondernemingskamer ook bepalen dat de rechtspersoon de kosten van verweer van de te benoemen OK-functionaris in een tuchtrechtelijke procedure is verschuldigd, als de te benoemen OK-functionaris is onderworpen aan tuchtrechtspraak (par. 5.3.2.9).
De Ondernemingskamer moet haar beslissing over de verdeling van de kosten van de enquêteprocedure over concernvennootschappen motiveren (par. 6.3.1).
De Ondernemingskamer moet anderen dan de rechtspersoon niet verplichten tot financiering van de kosten van de enquêteprocedure, uitgezonderd de situatie waarin zij een procespartij een verbod oplegt op straffe van een dwangsom, met als doel verdere tegenwerking van de onderzoeker of OK-functionarissen door deze procespartij tegen te gaan (par. 6.4.3).
De Ondernemingskamer moet art. 2:354 BW niet anticiperend toepassen, door bij het gelasten van een enquête bestuurders, commissarissen of anderen in dienst van de rechtspersoon te verplichten de kosten van het onderzoek te financieren (par. 7.4.6).
De Ondernemingskamer moet art. 2:354 BW zo uitleggen dat dit wetsartikel derogeert aan andere aansprakelijkheidsgrondslagen (par. 7.5.2).
De wettelijke regeling van de kosten van de enquêteprocedure behoeft verder op onderdelen verbetering:
In de wettelijke regeling van de kosten van verweer van de onderzoeker in art. 2:350 lid 3 BW moet worden voorzien in de vergoeding van de kosten van verweer van de onderzoeker in een tuchtrechtelijke procedure (par. 3.3.2.5).
Nadere overweging verdienen de wettelijke kwalificatie van de kosten van verweer van de onderzoeker en OK-functionarissen als boedelschuld (par. 3.3.4.4 en par. 5.3.4.5) en een regeling waarin de Staat de kosten van verweer van de onderzoeker en OK-functionarissen draagt in faillissementssituaties (par. 3.3.4.5 en par. 5.3.4.6).
Nadere overweging verdient de limitering van aansprakelijkheid van OK-functionarissen op de voet van art. 6:110 BW (par. 5.2.7.8).
In art. 2:354 BW moet het vereiste van een ernstig verwijt voor aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen worden geïntroduceerd (par. 7.9.3.6).