Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/5.2.1
5.2.1 De trust in het Nederlandse recht: een wetsvoorstel in de maak?
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717356:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Nederlandse plannen voor invoering van een trustfiguur (memo van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, directie Wetgeving van de sector Privaatrecht van 14 januari 2011), Den Haag: MVJ 2011, p. 1.
De Sint Maartense trustwetgeving – die gelijkluidend is aan de Curaçaose trustwetgeving – is inmiddels in 2014 in werking getreden. Op Aruba is de invoering van een eigen trustwetgeving vooralsnog niet geschied. Gemakshalve zal hierna enkel de Curaçaose wetgeving worden aangehaald.
Nederlandse plannen voor invoering van een trustfiguur (memo van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, directie Wetgeving van de sector Privaatrecht van 14 januari 2011), Den Haag: MVJ 2011, p. 1.
Nederlandse plannen voor invoering van een trustfiguur (memo van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, directie Wetgeving van de sector Privaatrecht van 14 januari 2011), Den Haag: MVJ 2011, p. 1.
Nederlandse plannen voor invoering van een trustfiguur (memo van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, directie Wetgeving van de sector Privaatrecht van 14 januari 2011), Den Haag: MVJ 2011, p. 1-2.
Nederlandse plannen voor invoering van een trustfiguur (memo van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, directie Wetgeving van de sector Privaatrecht van 14 januari 2011), Den Haag: MVJ 2011, p. 2.
Nederlandse plannen voor invoering van een trustfiguur (memo van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, directie Wetgeving van de sector Privaatrecht van 14 januari 2011), Den Haag: MVJ 2011, p. 5-14.
Aan de vooravond van de invoering van de trust in het Curaçaose recht, en de aanhangige wetsvoorstellen inhoudende de invoering van een trustwetgeving op Sint Maarten en Aruba in het vorige decennium, is eveneens in Nederland overwogen om over te gaan tot de invoering van de trust in het Burgerlijk Wetboek.1/2 In aansluiting hierop was een daartoe strekkend conceptwetsvoorstel in 2011 bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie in voorbereiding.3 De voornaamste motieven voor de keuze tot de invoering van een Nederlandse trustwetgeving kwamen grotendeels overeen met de wenselijkheid voor de implementatie van een eigen trustfiguur in het Curaçaose recht: “de trust is een internationaal bekende rechtsfiguur die aansluit bij de gebruiken op de wereldwijde financiële markt.”4 In dat kader was onder meer betoogd dat de trust – als internationaal bekende rechtsfiguur waar buitenlandse ondernemingen mee vertrouwd zijn – de voorkeur heeft boven Nederlandse alternatieven voor de trust bij buitenlandse cliënten van Nederlandse financiële dienstverleners, dan wel buitenlandse kredietverstrekkers aan Nederlandse ondernemingen.5 Bovendien zouden de Nederlandse alternatieven buiten Nederland veelal onbekend zijn waardoor deze enkel al op die grond worden afgewezen en zouden sommige vormen van vermogensbeheer door middel van de trustfiguur op een veel simpelere wijze kunnen worden vormgegeven.6
Voor wat betreft de inhoud en de structuur van de Nederlandse trustwetgeving heeft Nederland zich onder meer laten inspireren door het Curaçaose trustmodel.7 Echter, de eerder besproken lacunes in de inmiddels in werking getreden Curaçaose wetgeving zijn bij de uiteenzetting van de Nederlandse plannen tot de invoering van de trust door het ministerie niet in ogenschouw genomen. Het voorgaande is mijns inziens echter begrijpelijk, gezien het feit dat het wetsvoorstel betreffende de Curaçaose wetgeving op het tijdstip van het concipiëren van het memo, aanhangig was en nog niet in werking was getreden.
Door de complexiteit van de trustfiguur en het capaciteitstekort binnen het genoemde ministerie is het trustproject nadien helaas op een zijspoor gezet. Toch zijn de voordelen van de invoering van een Nederlandse trustwetgeving voor de rechtspraktijk actueel gebleven, hetgeen het klimaat in casu zeer gunstig maakt om de geparkeerde Nederlandse plannen voor de invoering van de trustfiguur nieuw leven in te blazen.