Einde inhoudsopgave
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/V.1.1
V.1.1 De ingewikkelde wetsartikelen
prof.mr. C.D.J. Bulten, datum 28-04-2011
- Datum
28-04-2011
- Auteur
prof.mr. C.D.J. Bulten
- JCDI
JCDI:ADS379799:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Bij de gedwongen overgang van stemrecht van art. 2:342 BW speelt de deskundige geen ml. Er is geen waardering van het stemrecht nodig. Indien de rechter de overgang van het stemrecht op de (bloot)aandeelhouder beveelt, krijgt de pandhouder of vruchtgebruiker niet een vergoeding. Zie § IV.5.
De bepalingen van art. 2:339 lid 1 en 3 BW zijn gelijkluidend aan de tekst van het in maart 1985 ingediende wetsvoorstel, met dien verstande dat in dit wetsvoorstel werd verwezen naar de toen geldende art. 222 tot en met 236 Rv over de deskundige in het procesrecht.
Zie Kamerstukken 18 905, nr. 6 (MvA), p. 4. Zie Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 241* (2009), nr. 717 sub a.
Duidelijkheidshalve laat ik de wettekst die niet verband houdt met de in dit hoofdstuk te bespreken onderwerpen weg. Het gebruik van (...) duidt op ontbrekende tekst. Indien een aandeelhouder ten titel van beheer de uitstotingsvordering heeft ingesteld, treft de veroordeling ook de instemmende certificaathouders, aldus de (ontbrekende) tweede zin van art. 2:340 lid 2 BW. Zie over de certificaathouders en de aandeelhouder ten titel van beheer in een geschillenregelingprocedure § IV.6.2-3.
In lid 6 van art. 2:341 BW, waarmee art. 2:343 lid 8 BW voor de uittreding mutatis mutandis correspondeert, staan de regels voor de betaling van de prijs indien een aandeelhouder de aandelen ten titel van beheer houdt en er certificaathouders zijn. Voor de uitstoting geldt dat indien de certificaathouders hebben ingestemd met het instellen van de vordering, zij naast de aandeelhouder ten titel van beheer eveneens aansprakelijk zijn en de prijs moeten betalen. De verdeelsleutel sluit aan bij het aantal gehouden certificaten. Ook ten aanzien van de certificaathouders geldt dat zij instaan voor elkaar: blijft een (instemmende) certificaathouder in gebreke, dan is het aan de andere (instemmende) certificaathouders zijn deel te voldoen. Zie art. 2:341 lid 6 BW. Bij de uittreding (art. 2:343 lid 8 BW) geldt dat naast de gedaagde aandeelhouder ten titel van beheer alle certificaathouders aansprakelijk zijn het verschuldigde te voldoen. De eis van instemming is er bij de uittreding dus niet. Zie verder § IV.6.2-3.
De wijze van waardering van de over te dragen aandelen alsook de overdracht zelf zijn dwingendrechtelijk geregeld in art. 2:339 lid 1 en 3, art. 2:340 en 2:341 BW. Deze artikelen gelden voor de in art. 2:336 BW opgenomen uitstoting. Ingevolge de schakelbepaling van art. 2:343 lid 1 BW zijn de regels van de waardering in art. 2:339 lid 1 en 3 en art. 2:340 lid 1 BW ook van toepassing op de uittreding. De levering van de aandelen bij uittreding geschiedt niet conform art. 2:341 BW, nu in art. 2:343 (lid 2-9) BW een aparte betalings- en leveringsregeling staat.
De wet schrijft voor dat een deskundige over de prijs van de aandelen een schriftelijk bericht uitbrengt. Het is aan de rechter om één of drie deskundigen aan te wijzen. In art. 2:339 lid 1 en 3 BW staan nadere regels omtrent de deskundigenbenoeming.1 Art. 2:339 lid 1 BW luidt als volgt:
`Indien de vordering wordt toegewezen benoemt de rechter een of drie deskundigen die over de prijs van de aandelen schriftelijk bericht moeten uitbrengen. De artikelen 194 tot en met 200 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn voor het overige van toepassing. De deskundigen vangen hun werkzaamheden pas aan, nadat het vonnis onherroepelijk is geworden. Tegen de deskundigenbenoeming staat geen hogere voorziening open.'
In lid 3 staan voorschriften voor de te volgen werkwijze. Ook worden twee artikelen uit het enquêterecht over de rechten en plichten van de onderzoeker van overeenkomstige toepassing verklaard:
`De deskundigen stellen hun bericht op met inachtneming van hetgeen omtrent de vaststelling van de waarde van de aandelen in de blokkeringsregeling is bepaald. De artikelen 351 en 352 zijn van overeenkomstige toepassing.'2
De deskundigen zijn niet vrij in de wijze waarop zij de aandelen waarderen. Indien de statutaire blokkeringsregeling normen bevat voor het bepalen van de waarde van de aandelen, moeten zij deze normen in acht nemen bij het opstellen van hun bericht. De gedachte achter dit voorschrift van art. 2:339 lid 3 eerste zin BW is dat bij een door de rechter bevolen overdracht de prijs dezelfde zou moeten zijn als in het geval van een vrijwillige vervreemding, waarbij de blokkeringsregeling gevolgd wordt.3
De rechter bepaalt uiteindelijk de prijs van de aandelen. Ook geeft hij aan wie de kosten van de deskundige moet dragen. Eventueel is dit de BV of NV waarin de aandelen worden gehouden. Zie art. 2:340 BW:
`(lid 1) Nadat de deskundigen hun bericht hebben uitgebracht, bepaalt de rechter de prijs van de aandelen. Bij hetzelfde vonnis bepaalt hij tevens wie van de partijen de kosten van het deskundigenbericht moet dragen. Hij kan ook bepalen dat de vennootschap de kosten moet dragen na deze ter zake te hebben gehoord. Hij kan de kosten verdelen tussen partijen onderling of tussen partijen of een van hen en de vennootschap.
(lid 2) Het vonnis houdt tevens een veroordeling in van de eisers tot contante betaling van de hun zo nodig na toepassing van artikel 341 lid 5 over te dragen aandelen. (...)>4
Ingevolge de eerste zin van lid 2 van art. 2:340 BW behelst het uitstotingsvonnis twee veroordelingen. De uitgestoten gedaagde moet zijn aandelen conform de ingewikkelde regeling van art. 2:341 BW leveren. De eisende aandeelhouder wordt veroordeeld tot het voldoen van de prijs van de aandelen bij wijze van contante betaling. De meest eenvoudige wijze waarop de eiser en de gedaagde aan hun respectieve veroordelingen kunnen voldoen, volgt uit art. 2:341 lid 1 BW:
`De gedaagde is verplicht binnen twee weken nadat hem een afschrift van het onherroepelijk geworden vonnis als bedoeld in artikel 340 lid 1 is betekend, zijn aandelen aan de eisers te leveren en de eisers zijn verplicht de aandelen tegen gelijktijdige betaling van de vastgestelde prijs te aanvaarden, behoudens het bepaalde in lid 2. De aanvaarding geschiedt zoveel mogelijk naar evenredigheid van ieders aandelenbezit, tenzij anders wordt overeengekomen. Met eisers worden gelijkgesteld de aandeelhouders die zich in het rechtsgeding aan de zijde van de eisers hebben gevoegd en daarbij de wens te kennen hebben gegeven in dezelfde positie als de eisers te worden geplaatst.'
Art. 2:341 BW voorziet eveneens in een regeling indien een van de partijen zich niet aan het uitstotingsvonnis houdt. Weigert de gedaagde aandeelhouder zijn aandelen te leveren, dan is het de NV of BV waarin de aandelen worden gehouden die namens hem levert. Art. 2:341 lid 4 BW voorkomt zo dat de uitgestoten aandeelhouder `blijft zitten in de vennootschap'. Voor het omgekeerde geval geldt de regel van art. 2:341 lid 5 BW. Kort gezegd staat daarin dat indien één van de eisende aandeelhouders in gebreke blijft, zijn verplichting tot overname en betaling op de anderen overgaat. De eisende aandeelhouders moeten dus instaan voor elkaar.5
`(lid 4) Blijft de gedaagde in gebreke met de levering van zijn aandelen, dan levert de vennootschap namens hem de aandelen tegen gelijktijdige betaling.
(lid 5) Blijven een of meer eisers in gebreke met de aanvaarding van de aandelen tegen gelijktijdige betaling van de vastgestelde prijs, dan zijn de overige eisers verplicht om binnen twee weken nadat dit is komen vast te staan die aandelen tegen gelijktijdige betaling te aanvaarden, ieder zoveel mogelijk naar evenredigheid van zijn aandelenbezit'
Tot slot geldt nog het aparte en complexe voorschrift van lid 2 indien de statuten bij wijze van blokkeringsregeling een aanbiedingsregeling bevatten. De vennootschap biedt in zo'n geval namens de uitgestoten gedaagde aandeelhouder de aandelen aan de in de statuten genoemde personen aan. De prijs is gegeven, want door de rechter vastgesteld. Binnen een maand moeten zij aanvaarden, waarbij de gedaagde aandeelhouder ook instemming dient te verlenen. Dit alles geschiedt schriftelijk. Vervolgens moet binnen een week vaststaan wie welk aantal aandelen krijgt. Daarna is levering tegen gelijktijdige betaling onverwijld geboden.
`(lid 2) Indien in de statutaire blokkeringsregeling is bepaald dat de aandeelhouder die een of meer aandelen wil vervreemden, deze moet aanbieden aan zijn medeaandeelhouders of anderen, biedt de vennootschap de aandelen onverwijld nadat een afschrift van het onherroepelijk geworden vonnis aan haar is betekend, schriftelijk namens de gedaagde aan de aandeelhouders of anderen aan, zoveel mogelijk met overeenkomstige toepassing van de statutaire regeling en deelt hun daarbij tevens de vastgestelde prijs mee. Zij kunnen het aanbod binnen een maand na verzending van de mededeling aanvaarden door schriftelijke kennisgeving aan de vennootschap. De vennootschap kan slechts met instemming van de gedaagde aandelen aanvaarden. Binnen een week na het verstrijken van deze termijn deelt de vennootschap aan de gedaagde en de eisers mee of en zo ja hoeveel aandelen zijn aanvaard en aan wie deze zijn toegewezen. De gedaagde is verplicht onverwijld na ontvangst van deze mededeling zijn aandelen aan de medeaandeelhouders of de anderen te leveren tegen gelijktijdige betaling.'
Gaat er op enig moment bij het volgen van de statutaire aanbiedingsregeling iets mis omdat niet alle over te dragen aandelen zijn aanvaard of de prijs niet binnen twee weken wordt betaald, dan biedt lid 3 de oplossing en valt men terug op de 'normale' overdrachtsregeling van lid 1. Overigens geldt lid 1 in deze situatie alleen voor de aandelen die niet conform lid 2 zijn overgedragen en betaald.
`(lid 3) Indien in het geval van lid 2 geen aandelen zijn aanvaard of minder aandelen zijn aanvaard dan zijn aangeboden, of de vastgestelde prijs niet binnen twee weken na ontvangst van de mededeling van de vennootschap omtrent de toewijzing van de aandelen aan de gedaagde die tot gelijktijdige levering wilde overgaan wordt voldaan, vindt lid 1 toepassing ten aanzien van de aandelen, de overgebleven aandelen of de aandelen waarvoor niet tijdig betaling is ontvangen.'
In de uittredingsprocedure spreekt de rechter op grond van de derde zin van art. 2:343 lid 1 BW eveneens twee veroordelingen uit, maar in vergelijking met art. 2:340 lid 2 BW 'in spiegelbeeld':
`(...) Het vonnis houdt tevens in een veroordeling van de eisers tot levering aan gedaagden van de hun, zo nodig na toepassing van het zevende lid, over te dragen aandelen.'
Voor het overige bevat art. 2:343 BW in lid 3 tot en met 7 eenzelfde procedure voor de levering en de betaling als in de regeling bij uitstoting. Het verschil is natuurlijk gelegen in de aanduiding van partijen: bij de uittreding is het de eiser die de aandelen over wil dragen aan de gedaagde aandeelhouders, waarbij laatstgenoemden betalen.
Ook hier geldt een termijn van twee weken waarbinnen het uittredingsvonnis tot uitvoer moet worden gebracht. Indien de uittredende aandeelhouder weigert te leveren of de overnemende aandeelhouders in gebreke blijven met de betaling, dan geven lid 6 en lid 7 dezelfde oplossing als art. 2:341 lid 4 en 5 BW. Eventueel levert de vennootschap namens de eiser (lid 6). De regel dat de achterblijvende aandeelhouders moeten instaan voor elkaar (zie lid 7), geldt eveneens. Tot slot behoort een statutaire aanbiedingsregeling bij de uittreding ook gevolgd te worden. Art. 2:343 lid 4 en 5 BW kennen dezelfde labyrintische procedure als art. 2:341 lid 2 en 3 BW. Voor de volledigheid geef ik hieronder de tekst van lid 3 tot en met 7 van art. 2:343 BW weer:
`(lid 3) Binnen twee weken nadat hem een afschrift van het onherroepelijk geworden vonnis als bedoeld in artikel 340 lid 1 is betekend, is ieder van de gedaagden verplicht het door de rechter vastgestelde aantal aandelen tegen gelijktijdige betaling van de vastgestelde prijs over te nemen, behoudens het bepaalde in lid 4 en is de eiser verplicht zijn aandelen aan de gedaagden te leveren. Met gedaagden worden gelijkgesteld de aandeelhouders die zich in het rechtsgeding aan de zijde van de gedaagden hebben gevoegd en daarbij de wens te kennen hebben gegeven in dezelfde positie als de gedaagden te worden geplaatst.
(lid 4) Indien in de statutaire blokkeringsregeling is bepaald dat de aandeelhouder die een of meer aandelen wil vervreemden deze moet aanbieden aan zijn mede-aandeelhouders of anderen, biedt de vennootschap de aandelen onverwijld nadat een afschrift van het onherroepelijk geworden vonnis aan haar is betekend, schriftelijk namens de eiser aan de aandeelhouders of anderen aan, zoveel mogelijk met overeenkomstige toepassing van de statutaire regeling en deelt hun daarbij tevens de vastgestelde prijs mee. Zij kunnen het aanbod binnen een maand na verzending van de mededeling aanvaarden door schriftelijke kennisgeving aan de vennootschap. De vennootschap kan slechts met instemming van de eiser aandelen aanvaarden. Binnen een week na het verstrijken van deze termijn deelt de vennootschap aan de eiser en de gedaagden mee of en zo ja hoeveel aandelen zijn aanvaard en aan wie deze zijn toegewezen. De eiser is verplicht onverwijld na ontvangst van deze mededeling zijn aandelen aan de medeaandeelhouders of de anderen te leveren tegen gelijktijdige betaling.
(lid 5) Indien in het geval van lid 4 geen aandelen zijn aanvaard of minder aandelen zijn aanvaard dan zijn aangeboden, of de vastgestelde prijs niet binnen twee weken na ontvangst van de mededeling van de vennootschap omtrent de toewijzing van de aandelen aan de eiser die tot gelijktijdige levering wilde overgaan wordt voldaan, vindt ten aanzien van de aandelen, de overgebleven aandelen of de aandelen waarvoor niet tijdig betaling is ontvangen lid 3 toepassing, met dien verstande dat de aanvaarding van de niet afgenomen aandelen door de gedaagden zoveel mogelijk geschiedt naar evenredigheid van het voor ieder overeenkomstig lid 3 vastgestelde aantal aandelen. (lid 6) Blijft de eiser in gebreke met de levering van zijn aandelen, dan levert de vennootschap namens hem de aandelen, tegen gelijktijdige betaling.
(lid 7) Blijven een of meer gedaagden in gebreke met de aanvaarding van de aandelen tegen gelijktijdige betaling van de vastgestelde prijs, dan zijn de overige gedaagden verplicht om binnen twee weken nadat dit is komen vast te staan die aandelen tegen gelijktijdige betaling te aanvaarden, zoveel mogelijk naar evenredigheid van het voor ieder overeenkomstig lid 3 vastgestelde aantal aandelen.'
Bij dit alles geldt dat de wetgever voorzag dat de 'uitvoering van de regeling' tot geschillen kan leiden. Een nieuwe gang naar de rechter moet dan uitkomst bieden. Art. 2:341 lid 7 BW behelst voor een dergelijke conflictsituatie in een uitstotingsgeschil een aparte verzoekschriftprocedure. De uittreding heeft met art. 2:343 lid 9 BW een identiek luidende bepaling:
`Op verzoek van de meest gerede partij beslist de rechter die de vordering in eerste instantie of in hoger beroep heeft toegewezen over geschillen betreffende de uitvoering van de regeling. Tegen deze beslissing staat geen hogere voorziening open.'
De kort besproken wetsartikelen komen in dit hoofdstuk uitvoerig aan de orde. De regels voor de waardering en de overdracht van de aandelen zijn, voordat zij definitief wet werden, vaak gewijzigd van opzet en inhoud. In de volgende paragraaf bespreek ik daarom eerst de totstandkomingsgeschiedenis van de desbetreffende wetsartikelen. Vervolgens komt in § V.2 de benoeming van de deskundige aan bod. Deze lijkt op grond van de wet dwingend te zijn, doch de Hoge Raad besliste in 2005 anders. De waardering van de over te dragen aandelen en de door de rechter te bepalen prijs zijn de in § V.3 behandelde onderwerpen. In § V.4 komen tot slot de levering en de overdracht van de aandelen, alsook de betaling van de prijs aan de orde. In § V.5 vat ik de deels reeds getrokken conclusies en kritiek samen. Hierop voortbouwend suggereer ik tevens de huidige wettekst over de waardering en overdracht aan te passen. Een voorstel voor een nieuwe regeling vormt het sluitstuk van dit hoofdstuk.