Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/16.5.4.1
16.5.4.1 Artikel 22 sub 2 EEX-r/16 sub 2 Verdrag
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS413180:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Deze bepaling heeft geen betrekking op administratieve procedures, bijv. over inschrijving van vennootschappen, of een ontbindingsverzoek van de Kamer van Koophandel, tenzij belanghebbenden daartegen door een contradictoire procedure in verzet komen.
Schmidt, NIPR 2001, p. 160; Vlas, WPNR 6421 (2000), p. 748.
Zie hierover: Struycken, Preadvies NVIR 1978, p. 32; Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 292 (maart 2004), p. A-a- 403; Kropholler, EZPR, p. 259; Verheul, Rechtsmacht, deel 1, p. 84.
Rapport Jenard, PbEG p. C 59/35; Verheul, Rechtsmacht, deel 1, p. 84; Strikwerda, Inleiding NIPR, p. 271; Struycken, Preadvies NV1R 1978, p. 32. Hof 's-Hertogenbosch 21 september 2006, NIPR 2006, 308 verduidelijkt dat het ook gaat om geschillen over besluiten die niet zijn genomen (maar wel hadden moeten worden genomen).
Rapport Jenard, PbEG p. C 59/35.
Rapport Jenard, PbEG p. C 59/35.
Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 292 (maart 2004), p. A-a-398-402; Vlas, Rechtspersonen, nr. 214; Kropholler, EZPR, p. 256; Verheul, Rechtsmacht, Deel 1, p. 84.
Kropholler, EZPR, p. 256.
Een uitzondering is bijv. HR 2 maart 2001, NJ 2003, 240 waarin de HR aan het HvJ EG préjudiciele vragen stelt. Tot beantwoording is het niet gekomen, omdat de zaak is doorgehaald voordat het HvJ EG arrest heeft gewezen.
Gaudemet-Tallon, Les Conventions, p. 66; Gaudemet-Tallon, Compétence en Europe, p. 80; Van Houtte, Europese IPR-Verdragen, p. 47; Rb. Alkmaar 8 juli 1999, NIPR 1999, 279.
Rb. Alkmaar 8 juli 1999, NIPR 1999, 279.
Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 292 (maart 2004), p. A-a-398-402.
Jacob, WPNR 6115 (1993), p. 882.
Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 292 (maart 2004), p. A-a-404-408.
Rb. Alkmaar 8 juli 1999, NIPR 1999, 279.
Met inachteneming van het materiële toepassingsbereik van EEX-V°/Verdrag; Rapport Schlosser, PbEG p. C 59/92.
Rapport Schlosser, PbEG p. C 59/91; Kropholler, EZPR, p. 257; Schlosser, EZPR, p. 136 anders: Rb. Alkmaar 8 juli 1999, NIPR 1999, 279 die de vordering tot verdeling van het vermogen van een maatschap niet onder art. 16 sub 2 EEX laat vallen; Gaudemet-Tallon, Compétence en Europe, p. 81 bespreekt enige categorieën.
Vlas, noot HR 2 maart 2001, NJ 2003, 240 bespreekt de vraag of niet alleen de vennootschapsrechtelijke besluiten, maar ook de uitvoering of gevolgen ervan onder art. 22 EEX-V°/16 Verdrag vallen. Vlas meent dat art. 22 sub 2 EEX-V°/16 sub 2 Verdrag eng moet worden uitgelegd. Hof 's-Hertogenbosch 21 september 2006, NIPR 2006, 308 oordeelde dat ook een geschil over de vraag of een besluit had behoren te worden genomen onder artikel 22 sub 2 EEX-V° valt.
Van Houtte, Europese IPR-Verdragen, p. 47; Gaudemet-Tallon, Les Conventions, p. 67; GaudemetTallon, Compétence en Europe, p. 81; Verheul, Rechtsmacht, deel 1, p. 84; Hof 's-Hertogenbosch 21 september 2006, NIPR 2006, 308; anders: Kropholler, EZPR, p. 258 die alleen besluiten van organen van een vennootschap of rechtspersoon over geldigheid en nietigheid binnen het toepassingsbereik laat vallen.
Verheul, Rechtsmacht, deel 1, p. 84; AG Strikwerda voor HR 2 maart 2001, NJ 2003, 240, par. 12. Deze zaak is tijdens de préjudiciële procedure bij het Hof van Justitie doorgehaald (zaak C-105/ 01).
Art. 22 sub 2 EEX-Vo luidt in het Duits: 'oder die Gilltigkeit der Beshliisse ihrer Organe' ; Engels `or of the validity of the decisions of their organs'; Frans: 'ou de validité des décisions de leurs organes'. De Duitse tekst van het Verdrag is identiek, maar de Engelse en Franse versie luiden: `or the decisions of their organs' respectievelijk 'ou des décisions de leurs organes'.
Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 292 (maart 2004), p. A-a-404-408.
Hof 's-Hertogenbosch 21 september 2006, NIPR 2006, 308 staat op dit punt een ruime uitleg van artikel 22 sub 2 EEX-V° voor ogen.
Schlosser, EZPR, p. 136; anders: Nagel/Gottwald, IZPR, p. 147.
Vgl. HR 2 maart 2001, NJ 2003, 240 waarbij een belangrijk verschil met een aandeelhoudersovereenkomst is dat de verweerder in cassatie geen aandelen hield. De verwijzing door de HR naar het Hof van Justitie voor préjudiciële vragen heeft niet geleid tot een arrest (zaak C-105/01), omdat de zaak is doorgehaald.
HvJ EG 10 maart 1992, zaak C-214/89, Powell Duffryn/Petereit, Jur. 1992, p. 1-1745, NJ 1996, 279; Schlosser, EZPR, p. 137, nr. 19.
Jacob, WPNR 6115 (1993), p. 882.
Hof 's-Gravenhage 12 december 1985, NIPR 1986, 327 (vordering tot terugbetaling van verduisterde/verkeerd bestede gelden tegen een ex bestuurder).
Vlas, TVVS 1993, p. 307.
HvJ EG 10 maart 1992, zaak C-214/89, Powell Duffryn/Petereit, Jur. 1992, p. 1-1745, NJ 1996, 279; Schlosser, EZPR, p. 137, nr. 19.
Met inbegrip van het niet nemen van besluiten.
Vlas, TVVS 1993, p. 307.
Kropholler, EZPR, p. 258.
HvJ EG 10 maart 1992, zaak C-214/89, Powell Duffryn/Petereit, Jur. 1992, p. 1-1745, NJ 1996, 279; voor commentaar verwijs ik naar Vlas, WPNR 6115 (1993), p. 886.
HvJ EG 10 maart 1992, zaak C-214/89, Powell Duffryn/Petereit, Jur. 1992, p. 1-1745, NJ 1996, 279 heeft na verwijzing aanvankelijk tot het resultaat geleid dat de forumkeuze onvoldoende bepaald was; zie Vlas NILR 1993, p. 512. BGH 11 oktober 1993, RIW 1994, p. 237 heeft echter uiteindelijk de forumkeuze in de statuten rechtsgeldig geacht. Voor de bepaaldheid van een forumkeuze verwijs ik naar hoofdstuk 14.
Vgl. Polak, CMLR 1993, p. 417.
Jacob, WPNR 6115 (1993), p. 884.
Polak, CMLR 1993, p. 417 lijkt echter weinig problemen te zien in de afbakening tussen art. 23 EEX-V°/17 Verdrag en art. 22 sub 2 EEX-V°/16 sub 2 Verdrag.
Polak, CMLR 1993, p. 419.
Het tweede exclusieve forum van art. 22 EEX-V°/16 Verdrag heeft betrekking op geschillen1 betreffende de geldigheid, nietigheid of ontbinding van vennootschappen of rechtspersonen die zijn gevestigd in een EG respectievelijk verdragsluitende staat, alsmede op geschillen betreffende besluiten van de organen van deze vennootschappen of rechtspersonen. Op grond van art. 22 sub 2 EEX-V°/16 sub 2 Verdrag zijn uitsluitend de gerechten van de staat van vestiging bevoegd. Art. 22 sub 2 EEX-V° wijkt af door aan de bepaling toe te voegen dat het gerecht van de plaats van vestiging de regels van het voor hem geldende internationaal privaatrecht toepast. Deze bepaling stemt overeen met het bepaalde in art. 53 lid 1 Verdrag. De wijziging van art. 22 sub 2 EEX-V° is veroorzaakt doordat art. 60 EEX-V° de plaats van vestiging van een vennootschap of rechtspersoon uitbreidt. Art. 22 sub 2, laatste zin EEX-V° derogeert aan art. 60 EEX-V°.2 De link met forumkeuze is met name dat de statuten van een rechtspersoon, de overeenkomst houdende oprichting van een vennootschap of een aandeelhoudersovereenkomst een forumkeuze in de zin van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag kunnen bevatten. Daarom baken ik het toepassingsbereik van art. 22 sub 2 EEX-V°/16 sub 2 Verdrag af om daardoor de ruimte te bepalen voor een forumkeuze in statuten of een overeenkomst.
Hierna bespreek ik eerst de ratio van de bepaling. Vervolgens behandel ik de inhoud van de bepaling en daardoor tevens de reikwijdte. Dan komt de vraag aan bod welke geschillen niet onder art. 22 sub 2 EEX-V°/16 sub 2 Verdrag vallen, zodat daarvoor een forumkeuze (bijv. in de statuten of de vennootschapsakte) mogelijk is. De problemen betreffende siège réel en siège statutaire laat ik buiten beschouwing.3 Voor algemene opmerkingen over art. 22 EEX-V°/16 Verdrag verwijs ik naar par. 16.5.2.
De ratio van art. 22 sub 2 EEX-V°/16 sub 2 Verdrag is vergelijkbaar met die van art. 22 sub 1 EEX-V°/16 sub 1 Verdrag:
Het vermijden van tegenstrijdige beslissingen betreffende het bestaan van vennootschappen en rechtspersonen alsmede besluiten van hun organen door concentratie van geschillen bij de gerechten van de plaats van vestiging.4 Het gerecht van de plaats van vestiging is het meest geschikt om deze geschillen te beslechten met uitsluiting van andere gerechten.
De openbaarmakingsformaliteiten die moeten plaatsvinden in de staat van de plaats van vestiging (inschrijving handelsregister, etc).5
De praktijk dat op grond van deze bepaling vaak het gerecht van de woonplaats van de rechtspersoon/verweerder (de rechtspersoon of vennootschap) volgens het adagium actor sequitur forum rei zal worden geadieerd.6
Gleichlauftussen rechterlijke bevoegdheid en toepasselijk vennootschapsrecht.7
Het openbare en algemene belang dat de staat van vestiging van de vennootschap of rechtspersoon heeft bij een goede rechtspleging over vennootschapsrechtelijke aangelegenheden.8
De inhoud van art. 22 sub 2 EEX-V°/ 16 Verdrag lijkt duidelijk, indien als maatstaf het aantal gepubliceerde uitspraken zou worden genomen. Deze bestaan nauwelijks.9 Aan de hand van de tekst en literatuur zal ik enige preciseringen geven van de inhoud van de bepaling en daarmee het toepassingsbereik. De toepassing van art. 22 sub 2 EEX-V°/ 16 sub 2 Verdrag strekt zich uit over personenvennootschappen en rechtspersonen10 met zetel in een EG respectievelijk verdragsluitende staat. Een maatschap,11 commanditaire vennootschap en een vennootschap onder firma vallen derhalve binnen het toepassingsbereik,12 zodat een van de maatschaps- of vennootschapszetel afwijkende forumkeuze in de oprichtingsovereenkomst geen rechtsgevolg heeft. Gelet op de ratio dient naar mijn mening ook een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid onder de werking van de bepaling te vallen. Daarnaast is art. 22 sub 2 EEX-V°/1 6 sub 2 Verdrag van toepassing op alle rechtspersonen naar Nederlands recht (inclusief verenigingen en stichtingen). Voor de andere rechtsstelsels van de EG- c.q. verdragsluitende staten geldt hetzelfde.13 Ook een EESV valt onder het toepassingsbereik.14
Art. 22 sub 2 EEX-V°/ 16 sub 2 Verdrag bevat twee categorieën geschillen. Vorderingen betreffende de vennootschap of rechtspersoon zelf enerzijds en besluiten van de organen van de vennootschap of rechtspersoon anderzijds. In de eerste categorie vallen alleen vorderingen betreffende de geldigheid, nietigheid of ontbinding van vennootschappen15 of rechtspersonen binnen het toepassingsbereik.16 Bij de eerste twee vorderingen — geldigheid en nietigheid — gaat het om het bestaan van de vennootschap of rechtspersoon danwel haar oprichting. Een vordering tot ontbinding dient niet eng te worden opgevat. Naar mijn mening vallen hieronder alle vorderingen tot liquidatie, beëindiging of vereffening van een vennootschap of rechtspersoon.17 De gemeenschappelijke noemer is het verdwijnen van de vennootschap of rechtspersoon.
In de tweede categorie vallen alle geschillen over besluiten van vennootschappen of rechtspersonen.18 Ook besluiten die geen betrekking hebben op de geldigheid, nietigheid of ontbinding van vennootschappen maar bijv. de verplichtingen (van organen) van de vennootschap of rechtspersoon of onregelmatige besluitvorming betreffen, vallen binnen het toepassingsbereik.19 Het probleem is dat de taalversies van art. 16 sub 2 Verdrag uiteenlopen. De Duitse versie houdt een beperking in tot geschillen die gaan over de geldigheid. De Franse, Engelse en Nederlandse versies kennen deze beperking niet.20Art. 22 sub 2 EEX-V° heeft de Duitse, Engelse, Franse en Nederlandse taalversies op elkaar afgestemd.21 Daaruit lijkt een enge uitleg van de tweede categorie te volgen.22 Slechts vorderingen die de geldigheid van besluiten tot onderwerp hebben vallen onder het toepassingsbereik van art. 22 sub 2 EEX-V°/16 sub 2 Verdrag.23 Anderzijds verzetten met name de Gleichlauf en openbare orde van de staat van vestiging zich tegen een te beperkte interpretatie van 'besluiten' .24 Voorts wijs ik erop dat anders dan de eerste categorie de beperking tot besluiten over geldigheid, nietigheid en ontbinding niet blijkt uit de bepaling of het Rapport Jenard. Zo vallen mijns inziens onder art. 22 sub 2 EEX-V°/16 sub 2 Verdrag ook besluiten tot schorsing of ontslag van een bestuurder of commissaris en de vorderingen krachtens art. 2:356 sub a BW.25 Het is echter de vraag of ook geschillen over het niet nemen van een besluit of een weigering een besluit te nemen zijn onderworpen aan deze bepaling. Bij gebreke van een besluit kan de eiser moeilijk stellen dat de geldigheid van een besluit in geding is.
Voor forumkeuze inzake vermootschapsrechtelijke geschillen blijft ruimte bestaan. In het bijzonder vorderingen tot nakoming van aandeelhouders- of stemovereenkomsten,26 (terugbetaling van) winst- of dividenduitkering,27 geschillen tussen vennoten/aandeelhouders28 en de vennootschap/rechtspersoon, vorderingen van de vennoten/aandeelhouders tegen (organen van) de vennootschap/rechtspersoon wegens (bestuurs)aansprakelijkheid,29 geschillen tussen de vennoten/aandeelhouders onderling (bijv. over een blokkeringsregeling of voorkeursrechten),30 vorderingen tot storting op aandelen,31 geschillen tussen de ondernemingsraad en bestuur voorzover de ondernemingsraad geen besluiten32 aanvecht van het bestuur en uitkoop van minderheidsaandeelhouders33 worden niet beheerst door de bevoegdheidsregeling van art. 22 sub 2 EEX-V°/16 sub 2 Verdrag.34
De forumkeuze kan de vennootschap of rechtspersoon rechtsgeldig opnemen in de statuten,35 aandeelhouders- of stemovereenkomst voor alle geschillen genoemd in de vorige alinea. Deze forumkeuze dient niet te algemeen te zijn geformuleerd.36
Het is daarnaast aan te raden de aanwijzing van de bevoegde rechter te laten samenvallen met de rechter die ingevolge art. 22 sub 2 EEX-V°/16 sub 2 Verdrag bevoegd is.37 De forumkeuze kan immers geen afbreuk doen aan de rechtsmacht op grond van art. 22 sub 2 EEX-V°/16 sub 2 Verdrag.38 Het risico van het ontbreken van samenloop is met name gelegen in tegenstrijdige uitspraken over de rechtsgeldigheid van besluiten van vennootschappen of rechtspersonen.39 Daarmee voorkomen partijen jurisdictieconflicten. Bovendien kan de forumkeuze voor het gerecht van de plaats van vestiging een aanwijzing zijn voor wat de plaats van vestiging van de vennootschap of rechtspersoon in de zin van art. 22 EEX-V°/16 Verdrag dient te zijn: de siège réel of de siège statutaire.40