NJ 1926, p. 445
Bewijsaanbod betreffende de opvatting van partijen betreffende een schriftelijke overeenkomst. Klacht in cassatie over passeering van een bewijsaanbod. Huurkoop van een automobiel. Strijd met openbare orde of goede zeden? Vermindering of verandering van den eisch ?
HR 21-01-1926, ECLI:NL:HR:1926:334, m.nt. Prof. Mr. Paul Scholten
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 januari 1926
- Magistraten
Mrs. Hesse,' Savelberg, Jhr. Feith, Visser en Kirberger.
- Zaaknummer
[21011926/NJ_1926,_p._445]
- Conclusie
Mr. Noyon
- Noot
Prof. Mr. Paul Scholten
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS121936:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Verbintenissenrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1926:334, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑01‑1926
- Wetingang
Essentie
Bewijsaanbod betreffende de opvatting van partijen betreffende een schriftelijke overeenkomst. Klacht in cassatie over passeering van een bewijsaanbod. Huurkoop van een automobiel. Strijd met openbare orde of goede zeden? Vermindering of verandering van den eisch ?
Samenvatting
Bij een grief in cassatie over het passeeren van een bewijsaanbod moet art. 199 Rv. worden aangehaald, hetgeen ten deze niet is geschied [Concl. Proc.-Gen.: De opvatting van partijen omtrent een schriftelijke overeenkomst is niet een feit, dat tot de beslissing afdoet. Bewijsaanbod terecht gepasseerd ].
Door op de aangevoerde gronden — te weten, dat wel bij een huurkoop de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.