NJB 2025/2760
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Bereidheid zich te doen horen. Hoge Raad: De door de rechtbank genoemde omstandigheden zijn ontoereikend om te kunnen oordelen dat de bereidheid van betrokkene om zich te doen horen ontbrak, bijvoorbeeld in zijn woon- of verblijfplaats of telefonisch vanaf de zitting.
HR 28-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1797
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 november 2025
- Magistraten
Mrs. A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma, K. Teuben
- Zaaknummer
24/04715
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1797, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:1017, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑09‑2025
- Wetingang
(art. 6:1 lid 1 Wvggz)
Essentie
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Bereidheid zich te doen horen. Hoge Raad: De door de rechtbank genoemde omstandigheden zijn ontoereikend om te kunnen oordelen dat de bereidheid van betrokkene om zich te doen horen ontbrak, bijvoorbeeld in zijn woon- of verblijfplaats of telefonisch vanaf de zitting.
Partij(en)
Betrokkene, adv. mr. D. Rijpma, vs. de officier van justitie, niet verschenen.
Uitspraak
Procesverloop
In dit geding heeft de rechtbank een zorgmachtiging verleend. De rechtbank heeft overwogen dat betrokkene niet bereid is zich te doen horen.
Hoge Raad
De rechtbank heeft overwogen dat betrokkene op de hoogte was van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.