NJB 2018/1776
Het feit dat zorgverlener een hoger tarief in rekening brengt dan de kosten van de door de gemeente gecontracteerde zorg in natura brengt niet mee dat het college niet in redelijkheid heeft kunnen beslissen om gebruik te maken van de in art. 2.3.6 lid 5 aanhef en onder a Wmo 2015 opgenomen weigeringsgrond
CRvB 19-09-2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2829
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
19 september 2018
- Magistraten
Mrs. Schaap, Tobé, Docter
- Zaaknummer
17/3925 WMO
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Maatschappelijke ondersteuning / Algemeen
Maatschappelijke ondersteuning / Individuele voorzieningen
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2018:2829, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 19‑09‑2018
- Wetingang
(art. 2.3.6 lid 5 Wmo 2015)
Essentie
Het feit dat zorgverlener een hoger tarief in rekening brengt dan de kosten van de door de gemeente gecontracteerde zorg in natura brengt niet mee dat het college niet in redelijkheid heeft kunnen beslissen om gebruik te maken van de in art. 2.3.6 lid 5 aanhef en onder a Wmo 2015 opgenomen weigeringsgrond
Uitspraak
(…)
Overwegingen
6.3.
Ter zitting heeft het college toegelicht dat bestreden besluit 2 gegrond is op artikel 2.3.6, vijfde lid, aanhef en onder a, van de Wmo 2015. Nu de gemeente de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening thuisondersteuning II in natura heeft gecontracteerd ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.