Einde inhoudsopgave
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/9.3.2.c
9.3.2.c Aansluiting bij de marktwaarde anders dan de beurskoers of het openbaar bod
mr. T. Salemink, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
mr. T. Salemink
- JCDI
JCDI:ADS602316:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
OK 12 mei 2009, ARO 2009/92 (Tele2 Netherlands Holding); OK 7 juni 2007, ARO 2007, 92 (MHV Handelsmaatschappij); OK 12 februari 2004, ARO 2004/40 (Maatschappij Helenaveen); OK 30 oktober 2003, ARO 2003/180 (Hollandsche Betongroep); OK 17 december 1992, rolnr. 695/92, n.g. (FRET); OK 8 oktober 1992, rolnr. 873/91, n.g. (Thomassen). Zie voor een zaak waarin de OK niet aansluit bij de prijs van voorafgaande aankopen OK 18 september 2012, ARO 2012/140 (Océ).
Evenzo Norbruis (2005), p. 60.
OK 18 september 2012 (ro. 3.10), ARO 2012/139 (IFCO Systems).
OK 23 oktober 2008 (ro. 3.25), JOR 2008/334 (VEB/Schuitema). De geboden tegenprestatie bestaat naast een bedrag in contanten ook uit onder meer winkels en ander vastgoed.
In een enkel geval sluit de OK voor de waardering aan bij de prijs waarvoor de uitkoper kort voor de uitkoopprocedure de aandelen, anders dan door een openbaar bod, heeft verkregen.1
Te denken valt aan aankopen op de beurs of aan onderhandse transacties. Vaak gaat het om de verwerving van substantiële pakketten aandelen in de vennootschap. Bovendien spelen doorgaans ook andere aanknopingspunten een rol, zoals een recente beurskoers of een fairness opinion.
Ik kan mij goed vinden in deze benadering van de OK.2 Wel is enige terughoudendheid vereist. Het is namelijk mogelijk dat naast de prijs ook andere overwegingen bij de verkoop een rol hebben gespeeld. In dat geval is enkel de prijs in contacten geen goede graadmeter voor de waarde van de aandelen. De uitkoper moet daarom gedocumenteerd inzicht over deze aankopen verschaffen.3
Een treffend voorbeeld is de procedure omtrent het verplicht bod inzake Schuitema. De vraag is of de door Skipper in het kader van het verplicht bod geboden prijs, een billijke prijs is in de zin van art. 5:80 lid 2 Wft. Dit is de hoogste prijs die tijdens het jaar voorafgaand aan het verplicht bod door de bieder voor de aandelen is betaald. De tegenprestatie voor de aankoop van de aandelen Schuitema voorafgaand aan het verplicht bod bestaat echter uit diverse te onderscheiden elementen, waarbij voor het merendeel sprake is van (deel)prestaties in natura.4 Enkel de prijs in contanten is in dit geval dus niet bepalend voor de aan de aandelen Schuitema toe te kennen waarde.
Voor de rechtszekerheid is het naar mijn mening wenselijk dat de wet duidelijke voorwaarden bevat voor deze methode van waardering. Hierbij kunnen dezelfde criteria gelden als voor de aansluiting bij de prijs van een voorafgaand bod (§ 9.2.3 sub a). Het is minder relevant of de uitkoper de aandelen al dan niet heeft verkregen door middel van een openbaar bod. Van belang is met name tegen welke voorwaarden hij deze aandelen heeft verworven.