Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden
Einde inhoudsopgave
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/8.1:8.1 INLEIDING
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/8.1
8.1 INLEIDING
Documentgegevens:
mr. drs. S.D.P. Kole, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. drs. S.D.P. Kole
- JCDI
JCDI:ADS446201:1
- Vakgebied(en)
Natuurbeschermingsrecht / Algemeen
Natuurbeschermingsrecht / Gebiedsbescherming
Natuurbeschermingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Het is niet verplicht om het inrichtingsplan ten behoeve van het gebiedsgerichte beleid in te zetten. Dit volgt uit art. 17, lid 2 sub c Wilg.
Kamerstukken II 2012-2013, 33441, nrs. 1-4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk wordt geanalyseerd hoe de wettelijke verplichting tot vaststelling van beheerplannen, en de uitvoering van de daarin opgenomen instandhoudingsmaatregelen, zich verhoudt tot het inrichtingsplan op basis van de Wilg. In de praktijk wordt het inrichtingsplan onder meer gebruikt voor de uitvoering van het gebiedsgerichte beleid.1 Daarom wordt in dit hoofdstuk aandacht besteed aan de beleidsmatige achtergronden en het bijbehorend instrumentarium. In dat verband komen in paragraaf 8.2 achtereenvolgens het rijksmeerjarenprogramma, het provinciaal meerjarenprogramma, het investeringsbudget landelijk gebied, de bestuursovereenkomst en landinrichting aan de orde. In paragraaf 8.3 wordt onderzocht in hoeverre het instrumentarium van de Wilg kan worden ingezet voor de bescherming van Natura 2000-gebieden. In dat kader wordt stilgestaan bij de wettelijke vereisten van het inrichtingsplan en de relatie tot het beheerplan. Bezien wordt of het beheerplan kan worden vervangen door het inrichtingsplan en vice versa. Daarnaast wordt onderzocht of het beheerplan kan fungeren als een complementair instrument naast het inrichtingsplan. Paragraaf 8.4 bevat een analyse van het wetsvoorstel Wijziging van de Wet inrichting landelijk gebied2 en het ‘Onderhandelingsakkoord decentralisatie natuur’. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een analyse van de relatie van het inrichtingsplan tot artikel 6 Hrl en conclusies.