Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/8.6.2
8.6.2 Aandeelhoudersklasse
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192744:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2018/19, 35 249, nr. 3, p. 63; In die zin ook: Tollenaar 2017b, §2.11.4.
Dat is ook de manier waarop naar Amerikaans recht de vereiste meerderheid binnen de aandeelhoudersklasse wordt gemeten, vgl. §1126(d) U.S.C.
Het aantal stemmen is in het kader van vennootschapsrechtelijke besluitvorming gerelateerd aan de nominale waarde van het aandeel, zo volgt uit art. 2:228 BW. In nr. 434 hiervoor heb ik betoogd dat vennootschapsrechtelijke afspraken over het stemrecht niet relevant zijn voor de toekenning van het stemrecht over het pre-insolventieakkoord.
474. De pre-insolventieakkoordregeling is de eerste Nederlandse akkoordregeling waarmee ook de rechten van aandeelhouders gewijzigd kunnen worden. Voor het meerderheidsvereiste in de aandeelhoudersklasse kon de wetgever geen inspiratie putten uit reeds bestaande akkoordregelingen. Art. 381 lid 8 Fw bepaalt dat een aandeelhoudersklasse heeft ingestemd met het akkoord indien het besluit is genomen door een groep van aandeelhouders die samen ten minste twee derde vertegenwoordigen van het totale bedrag aan geplaatst kapitaal. Net zoals het geval is bij de schuldeisersklassen is het dus niet zozeer het aantal voorstemmers dat van belang is, maar de omvang van het financiële belang dat de voorstemmers vertegenwoordigen.1
Het betreft een waardecriterium. De wetgever heeft beoogd de stemuitslag van een aandeelhoudersklasse vast te stellen aan de hand van de nominale waarde van de aandelen.2 Dat blijkt niet uit de tekst van art. 381 lid 8 Fw, maar wel uit het feit dat disputen omtrent de toelating tot de stemming, waaronder disputen over het nominale bedrag van het aandeel van de aandeelhouder, worden beslecht op grond van art. 378 lid 4 Fw. Een andere aanwijzing is dat art. 382 lid 1 sub a Fw de schuldenaar opdraagt in de stemuitslag te vermelden of aandeelhouders vóór of tegen het akkoord hebben gestemd, onder vermelding van het nominale bedrag van hun aandelen. Uit de tekst van en toelichting bij art. 381 lid 8 Fw volgt niet met zoveel woorden of een aandeelhouder met meerdere aandelen voor elk aandeel één stem kan uitbrengen, of dat elke aandeelhouder één stem uitbrengt die een bepaalde (opgetelde) nominale waarde vertegenwoordigt. De laatste benadering wordt gevolgd bij schuldeisers, zo bleek in nr. 468. Bij reguliere vennootschapsrechtelijke besluiten geldt het ‘one share, one vote’-principe.3 Waarschijnlijk heeft de aanbieder van het akkoord bij het vormgeven van de stemprocedure hierbij ook vrijheid. Nu de WHOA geen getalsvereiste bevat en er dus geen quorum-manipulatie meer mogelijk is, zijn beide benaderingen verdedigbaar.