De cyberverzekering vanuit civielrechtelijk perspectief
Einde inhoudsopgave
De cyberverzekering vanuit civielrechtelijk perspectief (O&R nr. 129) 2021/VI.3.1:VI.3.1 Zorgplichtfactoren bij nieuwe risico’s
De cyberverzekering vanuit civielrechtelijk perspectief (O&R nr. 129) 2021/VI.3.1
VI.3.1 Zorgplichtfactoren bij nieuwe risico’s
Documentgegevens:
mr. N.M. Brouwer, datum 01-06-2021
- Datum
01-06-2021
- Auteur
mr. N.M. Brouwer
- JCDI
JCDI:ADS278817:1
- Vakgebied(en)
Informatierecht / ICT
Verzekeringsrecht / Schadeverzekering
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Concl. A-G J. Spier, ECLI:NL:PHR:2012:BW1720 sub. 4.5.1. bij HR 8 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW1720.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De gedachte dat op de tussenpersoon geen zorgplicht zou rusten in de situatie dat de cliënt er niet van op de hoogte is dat bepaalde risico’s kunnen worden verzekerd, is onjuist, zo stelt Advocaat-Generaal Spier in zijn conclusie bij het arrest van 8 juni 2012.1 Volgens Spier zou er ook in die situaties een waarschuwingsplicht op de tussenpersoon kunnen rusten indien en voor zover “(a) dergelijke verzekeringen voorhanden zijn en (b) naar hij [de tussenpersoon; toevoeging auteur] weet of behoort te weten het risico in voldoende mate reëel is.”
A-G Spier benoemt hier een belangrijke factor die van invloed is op de invulling van de zorgplicht van de tussenpersoon in het geval van nieuwe risico’s en verzekeringsproducten: de kennis die de tussenpersoon daarover beroepshalve heeft (of behoort te hebben). Bij nieuwe risico’s en/of onbekende verzekeringsproducten is de informatieasymmetrie tussen tussenpersoon en verzekeringnemer groter dan bij bijvoorbeeld brandrisico’s en -verzekeringen. Het is aan de tussenpersoon, zo volgt ook uit de publiekrechtelijke zorgplicht, om deze informatieasymmetrie zoveel mogelijk op te heffen. Gaat het om nieuwe risico’s waarvan de tussenpersoon weet of behoort te weten dat deze, ondanks dat de verzekeringnemer daar (nog) niet mee bezig is, wel degelijk reëel zijn of kunnen zijn en waar bovendien een verzekeringsproduct voor bestaat, dan is sprake van omstandigheden waarin een actieve houding en een spontane advisering of inventarisatie van de tussenpersoon mogen worden verwacht. Dit geldt ook als de verzekeringnemer daartoe zelf geen concrete aanleiding geeft.