M en R 2019/75
Milieustrafrecht. Feitelijk leidinggeven en opzet. Zorgplichten Wet milieubeheer afvalstoffen (asbest) en Wet bodembescherming.
HR 04-12-2018, ECLI:NL:HR:2018:2247, m.nt. A.M.C.C. Tubbing
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
4 december 2018
- Magistraten
De Hullu, Borgers, Boerlage
- Zaaknummer
17/01292 E
- Noot
A.M.C.C. Tubbing
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS70431:1
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Bijzonder strafrecht (V)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:2247, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 04‑12‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:653, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 26‑06‑2018
- Wetingang
(art. 10.1. lid 2 Wm, art. 13 Wbb, art. 1a en 2 lid 1 WED, art. 51 lid 2 Sr)
Essentie
Milieustrafrecht. Feitelijk leidinggeven en opzet. Zorgplichten Wet milieubeheer afvalstoffen (asbest) en Wet bodembescherming.
Partij(en)
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, Economische Kamer, van 28 december 2016, nummer 21/006147-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1938.
Uitspraak
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.