Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/8.7
8.7 Steunmaatregelen vanuit de ECB
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS452868:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover onder meer: Amtenbrink 2011, p. 436; Borger & Cuyvers 2012, p. 372; Tuori & Tuori 2014, p. 162-168; Amtenbrink 2015, p. 737; Ioannidis 2016, p. 1255-1256. Zie over de verhouding tussen de ECB en de eurolanden tijdens de crisis: Beukers 2013. Zie ook: Jančić 2017b.
Speech by Mario Draghi at the Global Investment Conference in Londen, ECB, 26 juli 2012, https://www.ecb.europa.eu/press/key/date/2012/html/sp120726.en.html. Zie ook: Press release, Technical features of Outright Monetary Transactions, ECB, 6 September 2012.
ECB announces expanded asset purchase programme, ECB, 22 januari 2015, https://www.ecb.europa.eu/press/pr/date/2015/html/pr150122_1.en.html.
Eind 2015 breidde de ECB de looptijd van het programma uit naar in ieder geval maart 2017 (zie: Inleidende Verklaring, ECB, 3 december 2015, https://www.ecb.europa.eu/press/pressconf/2015/html/is151203.nl.html). In maart 2016 besloot de ECB het opkoopprogramma vanaf april te verruimen van zestig naar tachtig miljard euro per maand (zie: Persbericht Monetairbeleidsbeslissingen, ECB, 10 maart 2016, https://www.ecb.europa.eu/press/pr/date/2016/html/pr160310.nl.html). Ook nam de ECB toen het besluit om vanaf juni 2016 niet alleen staatsobligaties, maar ook bedrijfsobligaties op te kopen (zie: Persbericht Monetairbeleidsbeslissingen, ECB, 2 juni 2016, https://www.ecb.europa.eu/press/pr/date/2016/html/pr160602.nl.html). In december 2016 volgde het besluit om het opkoopprogramma enerzijds vanaf april 2017 terug te brengen naar zestig miljard euro per maand en anderzijds door te laten lopen tot december 2017, en zo nodig langer (zie: Persbericht Monetairbeleidsbeslissingen, ECB, 8 december 2016, https://www.ecb.europa.eu/press/pr/date/2016/html/pr161208.nl.html).
De ECB maakte toen bekend van januari tot en met september 2018, en zo nodig langer, maandelijks dertig miljard euro beschikbaar te hebben voor aankopen (zie: Persbericht Monetairbeleidsbeslissingen, ECB, 26 oktober 2017, https://www.ecb.europa.eu/press/pr/date/2017/html/ecb.mp171026.nl.html).
ECB announces expanded asset purchase programme, ECB, 22 januari 2015, https://www.ecb.europa.eu/press/pr/date/2015/html/pr150122_1.en.html. De ECB streeft naar een inflatieniveau net onder, maar in de buurt van twee procent.
Binnen de ECB bestonden echter flinke meningsverschillen over de vraag of het gevaar van deflatie op het moment van het QE-besluit al dermate ernstig was dat de inzet van QE gerechtvaardigd is.
Niet alleen de EU en de lidstaten namen maatregelen om de crisis te beteugelen, ook de ECB probeerde hieraan op verschillende manieren haar steentje bij te dragen.1 Twee maatregelen zijn daarbij bijzonder controversieel gebleken: het Outright Monetary Transactions-programma (hierna: OMT-programma) en het besluit tot Quantitative Easing (kwantitatieve verruiming, hierna: QE). Beide programma’s zijn gericht op het op zeer grote schaal opkopen van (onder meer) staatsobligaties door de ECB. QE richt zich echter op schuldbewijzen van alle eurolanden, terwijl met het OMT-programma staatsobligaties van specifieke eurolanden worden opgekocht. Dit verschil sluit aan bij de uiteenlopende doelen die beide programma’s willen bereiken.
ECB-president Mario Draghi kondigde het OMT-programma in juli 2012 aan met de inmiddels fameuze woorden: ‘Within our mandate, the ECB is ready to do whatever it takes to preserve the euro. And believe me, it will be enough.’2 In het kader van het OMT-programma kan de ECB op onbeperkte schaal staatsobligaties van specifieke eurolanden opkopen. Ten tijde van de bekendmaking van dit programma, gedurende de heftigste fase van de eurocrisis, stegen de rentes op staatsleningen voor sommige eurolanden tot onhoudbare hoogtes. Het idee van besmetting, het risico dat financiële problemen in het ene land via de markten overspringen op een ander land, speelde daarbij een belangrijke rol. Door die hoge rentes werd het steeds lastiger voor deze landen om hun schulden te financieren. De aankondiging van het onbeperkt en selectief opkopen van staatsobligaties van een of meer eurolanden zou hun financieringsvoorwaarden sterk verbeteren, zo was de redenering van de ECB. Het OMT-programma zou uitsluitend schuldbewijzen opkopen van lidstaten die een steunverzoek hebben ingediend bij het ESM. Tot nu toe is de aankondiging van het OMT-programma zeer succesvol gebleken. Alleen al de bekendmaking van het programma was voldoende om de markten tot rust te brengen. De ECB heeft het programma daarom nog niet hoeven toepassen. Door velen wordt deze aankondiging gezien als het meest effectieve redmiddel dat tijdens de crisis is ingezet.
In januari 2015 volgde het QE-besluit.3 De ECB maakte toen bekend zestig miljard euro per maand beschikbaar te hebben voor aankopen vanaf maart 2015 tot ten minste eind september 2016. Later volgden meerdere verruimingen en verlengingen.4 Eind oktober 2017 kondigde de ECB aan vanaf 2018 een begin te maken met de afbouw van het programma.5 QE richt zich op het realiseren van een bepaald inflatiepeil voor de gehele eurozone, dat nodig is voor de prijsstabiliteit die de ECB nastreeft.6 Het gevaar van deflatie en de daarmee gepaard gaande algemene prijsdalingen waren de belangrijkste redenen voor de ECB om het QE-besluit te nemen. Hoewel het idee van lagere prijzen voor dezelfde producten in eerste instantie aantrekkelijk klinkt, kan dit leiden tot een stilstand van de economie, omdat consumenten hun aankopen uitstellen, sparen aantrekkelijker wordt en schulden meer waard worden. De ECB probeert daarom met QE deflatie tegen te gaan.7