Smartengeld
Einde inhoudsopgave
Smartengeld 2023/8.2.1:8.2.1 Aanvankelijk: vrees voor commercialisering van verdriet en onsmakelijke procespraktijken
Smartengeld 2023/8.2.1
8.2.1 Aanvankelijk: vrees voor commercialisering van verdriet en onsmakelijke procespraktijken
Documentgegevens:
prof. mr. S.D. Lindenbergh, datum 28-10-2023
- Datum
28-10-2023
- Auteur
prof. mr. S.D. Lindenbergh
- JCDI
JCDI:BSD61864:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
244. Bij de totstandkoming van art. 6:106 BW was een van de weinige twistpunten of niet ook zou moeten worden voorzien in smartengeld voor nabestaanden bij overlijden. Reeds bij de behandeling van Vraagpunt 11 (of een ieder het recht moet worden toegekend op een geldelijke tegemoetkoming voor onrechtmatig berokkend leed) is deze kwestie aan de orde geweest, maar is er niet nader op ingegaan.1 In de toelichting met betrekking tot Vraagpunt 11A inzake de vergoeding van schade door overlijden is evenwel van aanvang af afstand genomen van een recht op smartengeld voor nabestaanden uit vrees voor een stijging ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.