Einde inhoudsopgave
De bevrijdende verjaring (R&P nr. 162) 2008/8.6
8.6 Andere aan de verjaring toegeschreven doelen
mr. J.L. Smeehuijzen, datum 22-04-2008
- Datum
22-04-2008
- Auteur
mr. J.L. Smeehuijzen
- JCDI
JCDI:ADS367803:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Part Gesch. Inv., p. 1408.
Zo bijvoorbeeld ook Girsberger, diss., p. 86: 'Viele Rechtsordnungen verfolgen mit den Zeitbestimmungen aber auch das Interesse des wirtschaftlichen Verkehrs, das von den parteiinteressen nur schwer zu trennen ist.'
In dezelfde zin Asser/Hartkamp 4-1, nr. 653 en met uitgebreide verwijzing naar oude bronnen. Evenzeer afwijzend is Lichtenauer, diss., p. 16 e.v.
Zo ook al Von Savigny (1841), p. 272 en meer recent o.a. Spiro, p. 21; Peters, Zimmerman (1981), p. 104; Heinrichs (1991), p. 3 en 7; Palandt-Heinrichs (2002), 1.'Jberbl. vor § 194, Rnr. 11; Piekenbrock (2006), p. 318. Mansel (2001) erkent dat de heersende leer de mogelijk gunstige effecten op proceseconomie als niet meer dan een Nebenzweck van verjaring beschouwt, maar is het daar niet helemaal mee eens: 'In den heutigen Zeiten, die von der Knappheit der Ressource Justiz geprägt sind, hat der Gedanke der Prozeβökonomie einen deutlichen höheren Stellenwert als im Jahre 1975 [het jaar van verschijning van Spiro's boek — JLS] gewonnen. Er komt daher heute auch im Verjährungsrecht stärker zum Tragen.' Deze gedachtegang spreekt niet aan omdat hij zo weinig precies is. Dat de proceseconomie in brede zin aan gewicht heeft gewonnen, is een te algemene constatering om de conclusie te rechtvaardigen dat de proceseconomie dus ook de verjaring (mede) is gaan dragen.
Law Commission (1998) p. 14.
Staudinger-Peters (2004), § 194 Rnr 6 met verwijzing naar oude bronnen. In dezelfde zin Spiro (1975), p. 20.
Aan de verjaring worden ook nog wel andere doelen dan de hiervoor besprokene toegeschreven. Een daarvan is het "vlot lopend rechtsverkeer". Zo schrijft de wetgever dat de verjaring in het teken staat van: "een vlot lopend rechtsverkeer, waarin schuldeisers hun vorderingen binnen redelijke tijd moeten instellen, zulks mede met het oog op de belangen van de schuldenaar en de rechtszekerheid"1
De frase "een vlot lopend rechtsverkeer, waarin schuldeisers hun vorderingen binnen redelijke tijd moeten instellen" is eigenlijk niet zo duidelijk. Wat is de functie van het woord "waarin"? Is het zo dat in vlot lopend rechtsverkeer schuldeisers hun vorderingen binnen redelijke tijd moeten instellen? Nee, het is veeleer andersom zo dat de regel dat schuldeisers hun vorderingen binnen redelijke termijn moeten instellen, de regel dus, die verjaring heet, tot gevolg heeft dat het rechtsverkeer vlot gaat lopen. In feite staat er dus: verjaring heeft vlot lopend rechtsverkeer tot gevolg. En waarom is dat vlot lopende rechtsverkeer dan na te streven? Dat is, aldus de wetgever, "mede met het oog op de belangen van de schuldenaar en de rechtszekerheid". Zo beschouwd is in de redenering van de wetgever het vlot lopende rechtsverkeer geen zelfstandig verjaringsdoel, maar de feitelijke route waarlangs de verjaring haar doelen realiseert. En die "belangen van de schuldenaar en de rechtszekerheid" hebben wij in het kader van de vraag naar verjaringsdoelen in het algemeen ook al de revue zien passeren; de conclusie was dat de belangen van de schuldenaar inderdaad serieus gewicht hebben en de rechtszekerheid slechts voor zover hij wordt begrepen als de rechtszekerheid van de debiteur en niet van 'de gemeenschap als geheel'. De zelfstandige betekenis van 'vlot lopend rechtsverkeer' als verjaringsmotief is dus niet goed te zien 2
Als doel van verjaring is in vroeger tijden ook wel genoemd de sanctie op inactief gedrag van de debiteur. Tegenwoordig wordt verjaring als straf algemeen onverdedigbaar geacht, terecht, eenvoudig omdat het privaatrecht niet de functie heeft te straffen.3
Ook is er wel op gewezen dat de verjaring gerechten ontlast. Die stelling doet bij mij de volgende bedenking rijzen. Als de conclusie luidt dat een vordering niet verjaart omdat daartoe in de individuele rechtsverhouding, of, zo men wil, in het algemeen belang, onvoldoende grond bestaat, dan kan toch moeilijk het feit dat de verjaring van die vordering de werklast van de gerechten zou verminderen, een argument vormen om die vordering tóch verjaard te verklaren.4 Zo ligt het ook niet voor de hand de regel dat overeenkomsten moeten worden nagekomen te schrappen vanwege het feit dat de vorderingen tot nakoming de gerechten zoveel werk bezorgen.
De Law Commission suggereert dat de verjaring tevens ten dienste staat van de crediteur. Onder het kopje "The Interests of the Plaintiffs" schrijft zij: "The statutes of limitation have often been seen as a means of encouraging plaintiffs to act swiftly to protect their rights".5 Een dergelijke stelling is vroeger in de Duitstalige doctrine ook wel betrokken, maar wordt daar tegenwoordig algemeen verworpen, het meest treffend misschien in de volgende bewoordingen "Erziehung ist nicht Aufgabe des Privatrechts, ebensowenig Bevormundung";6 opvoeding en bevoogding vormen geen doel van privaatrecht. Ik geloof ook niet dat als een crediteur de keuze zou worden gelaten zijn vordering al dan niet aan een tijdslimiet te onderwerpen, hij inderdaad voor die beperking zou kiezen. Het is in dat licht al te paternalistisch de verjaring toch te zijnen behoeve te verklaren.