Einde inhoudsopgave
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/5.6.2.3
5.6.2.3 Exoneratie jegens derden
mr. J.E. Brink-van der Meer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.E. Brink-van der Meer
- JCDI
JCDI:ADS299344:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Parijs (2012), nr. 1.
Voor een meer uitvoerige bespreking van dit onderscheid, zie conclusie A-G Timmerman d.d. 20 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:535 bij HR 9 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2044, r.o. 3.7.
Gerechtshof Arnhem 14 juni 2011, ECLI:NL:GHARN:2011:BR0248, r.o. 4.5., Du Perron (1999), m.n. p. 295, 316-321, Van den Akker (2001), p. 75-81, 165-169, 183-185.
De Hoge Raad heeft recent geoordeeld dat een makelaar in beginsel een zorgplicht heeft jegens de derde/financier waarvan hij weet dat deze zijn taxatierapport zal gebruiken, maar dat deze zorgplicht niet (langer) aanwezig is, indien de derde er vanwege het beding in het rapport niet op mocht vertrouwen dat deze zorgplicht ook jegens hem gold. A-G Timmerman overweegt in zijn conclusie bij het arrest: ‘Het lijkt mij niet alleen legitiem, maar voor een goed kunnen functioneren van vele soorten van dienstverlening soms ook noodzakelijk, om niet zomaar aan elke aansprakelijkheid jegens meer of minder direct bij de betreffende prestatie betrokken derden bloot te (willen) staan. Bovendien acht ik het ongerijmd wanneer het de dienstverlener/beroepsbeoefenaar, die zijn aansprakelijkheidspositie jegens zijn opdrachtgever (gewoon) kan reguleren, daartoe geen enkele mogelijkheid zou hebben jegens (voorzienbare) derden’ HR 9 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2044. Conclusie A-G Timmerman d.d. 20 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:535 bij HR 9 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2044, r.o. 3.7. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie afgedaan met een verwijzing naar artikel 81 lid 1 RO. Deze overweging is opgenomen in het in stand gelaten arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 september 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:7353, JOR 2014/349, r.o. 3.6. Zie voorts: HR 17 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV6162, NJ 2012/290 m.nt. Verstappen (Savills/ [...] ), Gerechtshof Arnhem 14 juni 2011, ECLI:NL:GHARN:2011:BR0248, r.o. 4.5, Van den Akker (2001), p. 167, 183-185 en Van Emden & De Haan (2014), p. 6-14.
Mijn verwachting is daarom dat een dergelijk exoneratiebeding in de controleverklaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, gezien de bijzondere zorgplicht van de accountant.
In het voorgaande is het uitgangspunt gehanteerd dat een exoneratiebeding alleen van toepassing is op de relatie tussen de accountantsorganisatie en diens opdrachtgever en niet op derden, zulks bij gebreke aan een overeenkomst.1 Onder omstandigheden kan een exoneratiebeding echter ook jegens derden worden ingeroepen. Hierbij dient een onderscheid te worden gemaakt tussen ‘derdenwerking’ en een ‘exoneratiebeding in een rapport’.2 Bij derdenwerking is sprake van ‘doorwerking’ van een contractbeding tussen de aangesprokene en diens opdrachtgever naar een derde. Ik zal in paragraaf 5.6.2.4 stilstaan bij derdenwerking ten behoeve van een werknemer van een accountantsorganisatie. Indien sprake is van een ‘exoneratiebeding in een rapport’ bevindt het beding waarop de aangesprokene een beroep doet zich niet in de overeenkomst tussen de aangesprokene en diens opdrachtgever maar in het product (ook wel: de schriftelijke neerslag van de geleverde dienst) waartoe is gecontracteerd, zoals een taxatierapport. Indien een derde gebruik maakt van een dergelijk rapport, is het de vraag wat het effect is van een exoneratiebeding in het rapport. In literatuur3 en jurisprudentie 4 wordt aangenomen dat ‘in gevallen waarin ten aanzien van een bepaalde prestatie een zorgplicht jegens een derde zou bestaan, het mogelijk is door middle van een verklaring jegens de derde te verhinderen dat deze gerechtvaardigd erop vertrouwt dat de betreffende zorgplicht jegens hem ook daadwerkelijk in acht wordt genomen’. De vraag die naar aanleiding van voorgaande opkomt, is of een accountant met behulp van een dergelijk exoneratiebeding in zijn controleverklaring zou kunnen verhinderen dat een derde gerechtvaardigd erop vertrouwt dat de zorgplicht jegens hem ook daadwerkelijk in acht is genomen. Voor zover mij bekend is een exoneratiebeding in een controleverklaring nog niet voorgekomen en mijns inziens is een dergelijk exoneratiebeding ook niet mogelijk vanwege de bijzondere zorgplicht van de accountant.5 Mogelijk kan van een exoneratiebeding wel gebruik worden gemaakt bij adviesopdrachten zoals due diligence onderzoeken, echter mijns inziens niet bij de wettelijke controle.