Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/2.5.5.2
2.5.5.2 Formaliteiten bij de uitoefening van powers
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717536:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
G. Farwell, A Concise of Treatise on Powers (3 Ed.), London: Stevens & Sons Limited 1916, p. 147 e.v.; E.B. Sugden, A Practical Treatise of Powers (Vol. 1), London: S. Sweet 1845, p. 229 e.v.; L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nr. 29-066; J.A. McGhee, Snell’s Equity, London: Sweet & Maxwell 2020, p. 260; J. Glister & J. Lee, Hanbury & Martin. Modern Equity, London: Sweet & Maxwell 2021, p. 163.
In casu moet onderscheid worden gemaakt tussen de te betrachten formaliteiten bij de loutere uitoefening van de power en de formaliteiten die in acht moeten worden genomen, teneinde het resultaat dat de uitoefening van de power beoogt, te bereiken. Men denke hierbij aan de formaliteiten die in acht dienen te worden genomen bij de verkrijging van onroerende zaken, indien het goed waarop de power betrekking heeft, een onroerende zaak is.
G. Thomas, Thomas on Powers, Oxford: Oxford University Press 2012, p. 339; R. Wilson, Halsbury’s Laws of England. Trusts and Powers (volume 98), London: LexisNexis 2019, nrs. 102-103; L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nr. 29-066; J.A. McGhee, Snell’s Equity, London: Sweet & Maxwell 2020, p. 288; J.G. Ross Martyn e.a., Theobald on Wills, London: Sweet & Maxwell 2021, nr. 36-001 e.v.
G. Thomas, Thomas on Powers, Oxford: Oxford University Press 2012, p. 339-343; L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nrs. 29-067, 29-068 en 29-071.
Men denke hierbij bijvoorbeeld aan section 10 van de Wills Act 1837 waarbij het vereiste wordt gesteld dat voor de uitoefenening van een testamentaire power dezelfde vormvoorschriften gelden als voor het maken van de uiterste wilsbeschikking. Zie in dit kader voorts: section 1 Law of Property (Miscellaneous) Act 1989 en section 159 van de Law of Property Act 1925.
G. Thomas, Thomas on Powers, Oxford: Oxford University Press 2012, p. 343; L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nrs. 29-067 en 29-068; J.G. Ross Martyn e.a., Theobald on Wills, London: Sweet & Maxwell 2021, nr. 36-001.
Men denke hierbij bijvoorbeeld aan strijdigheid met een specifieke wettelijke bepaling, de goede zeden of de openbare orde.
G. Thomas, Thomas on Powers, Oxford: Oxford University Press 2012, p. 343-356; L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nrs. 29-073 en 29-074.
De uitoefening van powers is in het Anglo-Amerikaanse recht in beginsel niet onderworpen aan bijzondere vormvereisten.1/2 Echter, de wet of de verlener van de power kan verlangen dat een aantal formaliteiten bij de uitoefening van de power, dienen te worden nageleefd.3
Diverse wettelijke regelingen in het Anglo-Amerikaanse recht verbinden in specifieke gevallen formaliteiten aan de uitoefening van powers.4 Men denke in casu bijvoorbeeld aan de formaliteiten die betracht moeten worden bij de uitoefening van een power in een uiterste wil of formaliteiten die verband houden met de uitoefening van powers in akten.5
Naast de door de wet voorgeschreven vormvoorschriften kan de verlener van een power eveneens stipuleren dat een power enkel kan worden uitgeoefend, met inachtneming van de door de verlener van de power gestelde voorwaarden c.q. extra formaliteiten.6 De gestelde eisen mogen – op straffe van nietigheid – echter niet in strijd zijn met de ‘common law’, dan wel de algemene beginselen van equity.7 Voorbeelden van de door de verlener van de power gemaakte bedingen c.q. gestelde formaliteiten in het trustrecht zijn onder andere de uitoefening van een power na de toestemming van de protector of de uitoefening van de power die uitsluitend mogelijk is in het bijzijn van een advocaat.8