Sfeerovergangen in de winstsfeer
Einde inhoudsopgave
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/6.3.5.0:6.3.5.0 Inleiding
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/6.3.5.0
6.3.5.0 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. dr. B.F.M. Coebergh, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
Mr. dr. B.F.M. Coebergh
- JCDI
JCDI:ADS630593:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Veel maatschappelijke ondernemingen en overheidsondernemingen hebben recht op subsidies of hebben in het verleden subsidies gehad. Er kan een onderscheid worden gemaakt tussen object- en exploitatiesubsidies. Objectsubsidies worden verstrekt op grond van de kenmerken van een bedrijfsmiddel en niet die van de eigenaar of gebruiker. De subsidie is gebonden aan het bedrijfsmiddel. Bij een exploitatiesubsidie is daarentegen sprake van een subsidie die wordt verstrekt aan een organisatie ter dekking van bepaalde kosten. De subsidie is gebonden aan het subject (de ontvanger) die bepaalde werkzaamheden zal moeten uitvoeren.
Zoals beschreven in paragraaf 2.6, kwalificeert een subsidie als een voordeel verkregen uit de onderneming als deze subsidie verband houdt met de bedrijfsactiviteiten en behoort deze in beginsel tot de totaalwinst. Voor objectsubsidies geldt daarom dat ze moeten worden toegerekend aan het activum en voor exploitatiesubsidies dat ze moeten worden toegerekend aan de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt. Eerder zagen we al dat als een dergelijke subsidie in de onbelaste periode is verstrekt voor werkzaamheden in de belaste periode, de subsidie tot de totaalwinst moet worden gerekend. Nu gaat het om de vraag of en hoe een objectsubsidie verdeeld moet worden over de onbelaste en de belaste periode. Omdat een objectsubsidie toerekenbaar is aan het object, gaat het feitelijk over de waardering van het object. In paragraaf 3.4.6. heb ik geconcludeerd dat ook met objectsubsidies rekening zou moeten worden gehouden bij het opstellen van de fiscale openingsbalans om zo een juiste bepaling van de totaalwinst te krijgen. Zoals uit onderstaand voorbeeld blijkt geldt dat niet indien een vermogensbestanddeel gewaardeerd wordt op de waarde in het economische verkeer, tenzij ook op de passiefzijde rekening wordt gehouden met de ontvangen subsidie. Stel:
Een lichaam bouwt in jaar 1 een jeugdcentrum voor een bedrag van € 100.000.
In hetzelfde jaar ontvangt het lichaam van de overheid een objectsubsidie van € 40.000. Hierop zit geen terugbetalingsverplichting.
Begin jaar 2 wordt het lichaam belastingplichtig.
Het jeugdcentrum heeft ten tijde van de sfeerovergang een waarde in het economische verkeer van € 70.000.
Het jeugdcentrum is tot eind jaar 10 in gebruik.
Eind jaar 10 wordt het pand verkocht aan een derde voor een bedrag van € 75.000.
Het lichaam doet een investering van € 100.000 voor het jeugdcentrum. Het lichaam ontvangt hiervoor een objectsubsidie van € 40.000, zodat een bedrag van € 60.000 voor zijn rekening komt. Uiteindelijk wordt de investering verkocht voor een bedrag van € 75.000, zodat het lichaam per saldo een vermogensmutatie heeft gerealiseerd van € 15.000. Op basis van de waarderingsregel waarde in het economische verkeer moet het jeugdcentrum worden gewaardeerd tegen de waarde in het economische verkeer op de fiscale openingsbalans. In casu is dit € 70.000. Hierdoor wordt het resultaat als volgt verdeeld over de onbelaste en belaste periode:
Onbelaste periode
Belaste periode
Totaal
Waardemutatie/investering
€
-30.000
€
5.000
€
-25.000
Subsidie
€
40.000
€
40.000
Totaal
€
10.000
€
5.000
€
15.000
Door deze waardering wordt in casu de hele subsidie toegerekend aan de onbelaste periode.
Deze casus is goed vergelijkbaar met het eerder aangehaalde voorbeeld van de onrendabele investeringen. In dat geval werd de gehele onrendabele top toegerekend aan de onbelaste periode. In deze casus is het spiegelbeeld aan de orde. De belastingplichtige ontvangt een vergoeding voor de kosten en deze vergoeding wordt volledig toegerekend aan de onbelaste periode. Passivering van de subsidie en waardering op de waarde in het economische verkeer leidt ook niet tot een juist resultaat, omdat dan wel de baten maar niet de lasten worden meegenomen.