RBP 2024/65
Internationaal privaatrecht. Onder welke omstandigheden komt een vreemde staat een beroep op immuniteit van jurisdictie toe?
HR 17-05-2024, ECLI:NL:HR:2024:727
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 mei 2024
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons
- Zaaknummer
23/01711
- Conclusie
A-G mr. P. Vlas
- JCDI
JCDI:ADS980872:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Rechtshandhaving
Burgerlijk procesrecht / Beslag en executie
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Internationaal publiekrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:727, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑05‑2024
ECLI:NL:PHR:2023:1035, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑11‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 28‑04‑2023
- Wetingang
Essentie
Staatsimmuniteit. Jurisdictie. Dwangsom aan vreemde staat.
Onder welke omstandigheden komt een vreemde staat een beroep op immuniteit van jurisdictie toe? Kan de Nederlandse rechter een dwangsom opleggen aan een vreemde staat?
Samenvatting
Een werkneemster bij de ambassade van de Verenigde Arabische Emiraten (“VAE”) in Den Haag wordt op staande voet ontslagen omdat zij in een eerder gevoerde ontslagprocedure bij het UWV, een beroep zou hebben gedaan op vertrouwelijke documenten die zij onrechtmatig zou hebben verkregen. De werkneemster wendt zich tot de kantonrechter en de kantonrechter beveelt de VAE de werkneemster weer te werk te stellen, op straffe ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.