NJ 1952/686
Later gebleken sterk verminderde toerekenbaarheid kan geen grond opleveren voor herziening.
HR 20-04-1952, ECLI:NL:HR:1952:250, m.nt. Prof. Mr. W.P.J. Pompe
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 april 1952
- Magistraten
Mrs Fick, Feber, Vrij, van Berckel, Westerouen van Meeteren
- Zaaknummer
[20041952/NJ_1952-686]
- Noot
Prof. Mr. W.P.J. Pompe
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS134660:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1952:250, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑04‑1952
- Wetingang
(Sv art. 457.)
Essentie
Later gebleken sterk verminderde toerekenbaarheid kan geen grond opleveren voor herziening.
Samenvatting
Die omstandigheid komt reeds hierom niet in aanmerking voor de in art. 457, eerste lid, 2° Sv. bedoelde tot herziening grond opleverende omstandigheid, daar het later blijken van slechts verminderde, niet algeheel ontbrekende toerekeningsvatbaarheid van den dader noch tot ontslag van rechtsvervolging op grond dat deze niet strafbaar is, noch ook, met het oog op het eerste lid van art. 37a Sr., tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling kan leiden.
Uitspraak
[p. 1199 ►]
De Hoge Raad, enz.;
Op de aanvrage van X., om herziening ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.