Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/18.5.2.4.2:18.5.2.4.2 Gebruik wilsafhankelijk materiaal: ontoelaatbaar?
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/18.5.2.4.2
18.5.2.4.2 Gebruik wilsafhankelijk materiaal: ontoelaatbaar?
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS493500:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 12 juli 2013,BNB 2014/101 (m.nt. Van Eijsden); NJ 2013, 435 (m.nt. Zwemmer). Zie § 16.4.3 hiervoor.
Zie de vorige noot.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het arrest van de civiele kamer van de HR van 12 juli 2013, nr. 12/01880, roept de vraag op of de strafkamer van de HR het gebruik van wilsafhankelijk materiaal dat met gebruikmaking van art. 81 AWR van de ‘person charged’ is afgedwongen, zal uitsluiten voor het bewijs. In het arrest, dat is gewezen in een samenstelling van raadsheren uit de civiele, belasting- en de strafkamer, oordeelt de civiele kamer dat bewijsmateriaal waarvan het bestaan afhankelijk is van de wil van de belastingplichtige, weliswaar mag worden afgedwongen voor heffingsdoeleinden, maar dat dit materiaal zal worden verstrekt met de beperking dat het slechts zal worden gebruikt ten behoeve van de belastingheffing.1 Zou dit materiaal toch voor punitieve doeleinden worden gebruikt, dan dient de belastingrechter of de strafrechter te bepalen welk gevolg aan dat gebruik moet worden verbonden.
Gelet op de samenstelling van raadsheren uit de civiele, belasting- en de strafkamer, mag worden verwacht dat de strafkamer van de HR het niet-meewerkrecht onder omstandigheden van toepassing zal verklaren op wilsafhankelijk materiaal (dat van de ‘person charged’ is afgedwongen).2 Tot op heden is zij nog niet geroepen om zich hierover uit te laten.