Executele
Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/III.D.1.4:III.D.1.4 De Nederlandse 'erfrechtelijke normen en waarden'geven slechts aanleiding tot verwarring?
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/III.D.1.4
III.D.1.4 De Nederlandse 'erfrechtelijke normen en waarden'geven slechts aanleiding tot verwarring?
Documentgegevens:
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS408216:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Denk aan arresten als 'Vossen-Swinkels', Hoge Raad7 april 1995, NJ 1996, 486 of 'Rensing-Polak I', HR 19 januari 1996, NJ 1996, 617 of 'het onderling overeenstemmend gedrag' in Hoge Raad18 juni 2004, NJ 2004, 399.
H.C.F. SCHOORDIJK, De zogenaamde privatieve last van art. 7:423 BWen aanverwante rechtsfiguren (Van Mourikbundel), Deventer: Kluwer 2000, p. 307.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor werd een poging gedaan om de zwakke plekken van de nieuwe regeling van de legitieme portie bloot te leggen. Er is gebleken dat de executeur vertoeft in het ideale erfrechtelijke klimaat. Zelfs in een beter klimaat dan zijn sterke Duitse collega deTestamentsvollstrecker. Bij wijze van spreken zou zelfs de afschaffing van de legitieme zijn positie nagenoeg niet versterken. De navolgende zeven zwakke plekken in de regeling zijn immers ontmaskerd:
goederenrecht werd verbintenis uit de wet;
de schuldenaar bepaalt zelf de wijze van betaling van de verbintenis;
'oneigenlijke' nakoming van de verbintenis vaak niet meer te voorkomen;
de omvang van de verbintenis is gereduceerd;
de verbintenis is onder omstandigheden niet opeisbaar;
de verbintenis kan vervallen of verjaren (korte termijnen);
notarissen mogen de 'schuldeiser' niet benaderen.
Het erfrecht is met het door de wetgever openzetten van de deuren voor het verbintenissenrecht, net zoals ons hoogste rechtscollege dat het laatste decennium in het huwelijksvermogensrecht1 heeft gedaan, in 2003 nieuw leven ingeblazen. De gewijzigde aard van de legitieme portie geeft erflaters en daarmee de notariele praktijk vele nieuwe mogelijkheden. Creatief zijn mag weer. Goederenrecht wordt immers al snel als star ervaren, terwijl het verbintenissenrecht daarentegen blijft bruisen. Schoordijk zou ongetwijfeld zeggen:2 'blijf werken aan een grotere, ook voor de notariele praktijk zo belangrijke kennis van het verbintenissenrecht.'
De vraag of een heel eigen Boek 4 met instandhouding van een erfrechtelijk eiland, in de 21e eeuw, nog wel gerechtvaardigd is, is wellicht na bijna vijf jaar nieuw erfrecht misplaatst en thans nog te revolutionair van aard. Zou een 'executeur' zich niet kunnen redden met de Boeken 3 en 6 BW? Ik zal mij gedeisd houden.
Wat is dan die nieuwe 'ware aard' van de legitieme portie?
Mijn gedachte zou, gelet op de zeven zwakke plekken die zijn komen bovendrijven, resumerend de navolgende zijn.
Het gaat om niet meer dan een verbintenis uit de wet tot betaling van een (reeds tijdens het leven van erflater sluimerende voorwaardelijke) 'relatief kleine' (veelal tot het overlijden van de langstlevende niet-opeisbare) geldschuld. Aangezien de legitieme een wilsrecht betreft, dient er ook daadwerkelijk aanspraak op gemaakt te worden.
Eerder 'betalen' mag (door middel van een gift), soms ook met een 'ongangbaar' of onder omstandigheden zelfs 'ondeugdelijk' betaalmiddel, gelet op het feit dat de vervaltermijnen meer dan eens blijken verstreken te zijn.
Nu gebleken is dat de nieuwe Nederlandse legitieme portie niet heel veel inhoud heeft, is de stap naar afschaffing mijns inziens eenvoudig te zetten. Indien men immers met een legitieme portie erfrechtelijke normen en waarden wil creeren, dient men de legitieme ook inhoud te geven. Normen en waarden die geen inhoud blijken te hebben, geven in de praktijk slechts aanleiding tot verwarring.Verwarring kan in ieder geval al zo veel mogelijk voorkomen worden als erflater zich in zijn uiterste wilsbeschikking tegenover zijn vertrouwenspersoon de executeur uitspreekt over de vraag wat hij van hem verwacht in relatie tot de voldoening van de (latente) schuld van de legitimaris: zwijgen ofopsporen?
Aangezien een executele als zodanig, anders dan in Duitsland, niet als inferieur geldt, is het onderzoek naar de kracht van de Nederlandse legitieme met name van belang voor de positie van de executeur- afwikkelingsbewindvoerder. Ter illustratie van de problematiek en als bewijs dat een (zuiver) verbintenis-rechtelijk systeem van de legitieme portie het handelen van een (zelfs inferieure) executeur, in beginsel niet zal belemmeren, en al helemaal niet als de legitieme portie ook nog niet-opeisbaar is, hierna een klein uitstapje naar de beleveniswereld van 'Joop en Toon', wellicht ook de maatschappelijke beleving?