Einde inhoudsopgave
De Nederlanden en het Vrijgraafschap Bourgondië tussen paus en keizer (SteR nr. 21) 2015/VIII.2.2
VIII.2.2 Pedro Pacheco de Villena (1557-1560)
dr. P.P.J.L. Van Peteghem, datum 01-06-2015
- Datum
01-06-2015
- Auteur
dr. P.P.J.L. Van Peteghem
- JCDI
JCDI:ADS390154:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Staatsrecht / Staatsinrichting
Voetnoten
Voetnoten
ARAB AUD 1454/10.
C. Gutiérrez, Pacheco, Pedro, in: DHEE, III, 1859-1860.
G. van Gulik, C. Eubel en L. Schmitz-Kallenberg, Hierarchia catholica medii et recentioris aevi, Münster 19232, III, 203: Petrus obtinet facultatem conferendi beneficia (Sch. Ind. 493).
C. Gutiérrez, Españoles en Trento, Valladolid 1951, 976-983: Card. Pedro Pacheco [ca. 1488-1560].
Men kan het betreuren dat het tweede deel van de index op het Archief van Simancas van Maurits van Durme nog niet is gepubliceerd, omdat vele verwijzingen in het nog te verschijnen deel zullen voorkomen.
M. Dierickx, Documents inédits, I, 1960, 551. Bijna alle verwijzingen hebben betrekking op de oprichting van de nieuwe bisdommen.
Pedro kreeg van Filips II de taak om Juan Alvarez y Alva de Toledo op te volgen. Dit gebeurde in december 1557. Op een los kladbriefje uit het Algemeen Rijksarchief te Brussel zijn de essentiële gegevens van deze aanstelling nog bewaard, maar de dag zelf is niet ingevuld.1 Toen Otto Truchsess von Waldburg, aartsbisschop van Augsburg en kardinaal, zijn brief stuurde aan Filips II, waarin hij meedeelde dat hij de taak van kardinaal-protector graag op zich wilde nemen en dat ook voorheen beide taken door één persoon waren vervuld, was deze functie dus al verleend. Op het ogenblik van de aanvaarding van het protectorschap was Pedro bisschop van Jaën. Hij was ook al kardinaal, want in het consistorie van 16 december 1545 had Paulus III hem tot deze waardigheid verheven. Net zoals zijn voorganger was Pedro geboren uit ouders, die behoorden tot een edel en illuster geslacht. Hij kwam ter wereld in Toledo op 29 juni 1488, studeerde in Salamanca en werd doctor in de beide rechten. Onder Adriaan VI was hij geheim kamerdienaar. Hij heeft deze paus ook begeleid op zijn weg van Spanje naar Rome.2
Hij was deken van Compostella, toen hij van 1532 tot 1537 bisschop van Mondonedo werd. Tussen 1537 en 1539 was hij bisschop van Ciudad-Rodrigo. In de periode van 1539 tot 1545 was hij bisschop van Pamplona. Karel V maakte van zijn ‘ius praesentationis’ gebruik om Pedro aan te stellen als bisschop van Jaén (1545 tot 1554). In het jaar 1550 verkreeg Pedro volgens de ‘Index scedularum Garampi in archivio Vaticano’ de kans om beneficies te verlenen. Bij deze gelegenheid werd het woord ‘facultas’ gebruikt. Hierboven zagen we al dat ‘facultas’ in die zin voorkwam. In welke zin de ‘facultas’ verschilde van het ‘indultum’ moet verder onderzoek aanduiden.3
Pedro, die in het Concilie van Trente bekend stond als de bisschop van Jaén, werd op 30 april 1554 bisschop van Sigüenza. Deze waardigheid zou hij tot zijn dood te Rome op 5 maart 1560 vervullen. Ondertussen werd hij op 27 september 1557 nog kardinaal-priester, waarna hij de titelkerk van Santa Balbina verruilde voor die van Albanense. Bij zijn derde conclaaf miste hij drie stemmen om paus te worden, maar hij overleefde Julius III slechts enkele weken.
Pedro, die ook deel nam aan het Concilie van Trente,4 werd door Dierickx verschillende keren vermeld als kardinaal-protector van Spanje,5 maar in feite was hij in de cruciale fase van het voorstel van de nieuwe bisdommen ook aangesteld door Filips II om het project van de nieuwe bisdommen vaart mee te geven.6 Hij is de man, die in Rome de belangrijkste tussenkomsten op zijn naam heeft staan.7 Francisco de Vargas, de ambassadeur van Spanje bij de H. Stoel, meldde zijn overlijden onmiddellijk aan Filips II8 en drong er op 25 mei 1560 al op aan om een nieuwe protector aan te stellen.9