RAV 2011/62
Onrechtmatige daad. Zijn de kosten voor het uitschrijven van nieuwe verkiezingen te verhalen op een frauderende kandidaat hoewel zijn kandidaatstelling formele rechtskracht had; staat onvoorzienbaarheid van verhaal aan toerekening van schade op grond van art. 6:98 BW in de weg?
HR 25-03-2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2310 (Hoogheemraadschap Rijnland, fraude waterschapsverkiezingen)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 maart 2011
- Magistraten
Mrs. J.B. Fleers, A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven, W.A.M. van Schendel, C.A. Streefkerk
- Zaaknummer
09/04347
- Conclusie
A-G Keus
- LJN
BP2310
- Roepnaam
Hoogheemraadschap Rijnland
fraude waterschapsverkiezingen
- JCDI
JCDI:ADS908727:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Algemeen
Staatsrecht / Kiesrecht
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2011:BP2310, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑03‑2011
ECLI:NL:PHR:2011:BP2310, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 21‑01‑2011
Beroepschrift, Hoge Raad, 16‑09‑2009
- Wetingang
Essentie
Onrechtmatige daad. Formele rechtskracht. Toerekeningsleer.
Zijn de kosten voor het uitschrijven van nieuwe verkiezingen te verhalen op een frauderende kandidaat hoewel zijn kandidaatstelling formele rechtskracht had; staat onvoorzienbaarheid van verhaal aan toerekening van schade op grond van art. 6:98 BW in de weg?
Samenvatting
Eiser heeft zich kandidaat gesteld voor het lidmaatschap van het algemeen bestuur van het Hoogheemraadschap. Na onderzoek is gebleken dat de kandidaatstelling niet aan de eisen voldeed. Eiser is in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen en het stembureau heeft vervolgens — bij wijze van besluit — vastgesteld dat de kandidatuur ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.