Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/5.11.1
5.11.1 Informatieplicht maatschappelijke organisaties over ontvangen donaties
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633483:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Het gaat onder meer om de politie, de Belastingdienst, de AIVD, DNB, AFM en de FIU; Kamerstukken II 2020/21 35646, nr. 3, p. 7, 32. Zij mogen de persoonsgegevens opvragen wanneer dit nodig is ter uitvoering van hun wettelijke toezichthoudende, handhavende of opsporingstaken.
Onderdelen A, B, C, E en G van nota van wijziging Wetsvoorstel transparantie maatschappelijke organisaties, in consultatie gebracht op 8 juni 2021.
Kamerstukken II 2020/21 35646, nr. 3, p. 6, 28, 29.
Zie Kamerstukken II 2003/04, 29 614, nr. 2., par. 3.3., p. 7, waarnaar de toelichting op de nota van wijziging verwijst onder het kopje ‘Grondrechtenaspecten’, in voetnoot 12. De toelichting op het wetsvoorstel beperkt zich tot de bijzondere positie van kerkgenootschappen. De toelichting op de nota van wijziging geeft echter terecht aan dat de overheid zich op basis van het beginsel van scheiding van kerk en staat niet mengt in de interne organisatiestructuur van zowel levensbeschouwelijke als religieuze gemeenschappen, tenzij sprake is van overtreding van de wet. Dit is dus ongeacht of ze gebruik maken van de rechtsvorm kerkgenootschap.
De informatieplicht over donaties zorgt volgens de toelichting op het wetsvoorstel voor meer inzicht in financiële stromen naar alle in Nederland actieve maatschappelijke organisaties om eventueel daaruit voortkomende onwenselijke gedragingen te voorkomen die een bedreiging vormen voor de openbare orde.1
Het gaat om ruim 350.000 maatschappelijke organisaties.2 Maatschappelijke organisaties zijn stichtingen, verenigingen, organisaties waarvan een of meer kerkgenootschappen deel uitmaken en buitenlandse rechtspersonen of andere juridische entiteiten die met een stichting, vereniging en kerkgenootschap vergelijkbaar zijn en duurzaam in Nederland activiteiten uitoefenen (art. 1, lid 1 sub a wtmo). De tekst van het wetsvoorstel spreekt van ‘organisaties waarvan een of meer kerkgenootschappen deel uitmaken’ en wekt daarmee de indruk dat alleen koepelorganisaties van kerkgenootschappen onder de term maatschappelijke organisaties vallen. Volgens de toelichting op het wetsvoorstel gaat het echter om het hoogste rechtspersoonlijkheid bezittende aggregatieniveau van een kerkgenootschap en zelfstandig opererende kerkgenootschappen die zich op grond van artikel 6, lid 3 Hrw 2007 verplicht in het Handelsregister hebben ingeschreven, alsook zelfstandige onderdelen die zich vrijwillig hebben ingeschreven (art. 8 en 31 Hregb 2008).3
Op verzoek van de burgemeester, het Openbaar Ministerie (OM) en andere specifiek aangewezen overheidsinstanties4 (art. 3, lid 7 wtmo jo. nieuw artikel 28a Hrw 2007) moet een maatschappelijke organisatie schriftelijk inzicht verschaffen in geografische herkomst, doel en omvang van een of meer donaties die rechtstreeks of via een tussenpersoon zijn gedaan (art. 2, 3 en 4 wtmo). Het gaat om donaties zowel van binnen als van buiten de EU/EER.5
De donateur kan zowel een natuurlijk persoon als rechtspersoon zijn met respectievelijk een woonplaats of zetel in binnen- en buitenland. Met een rechtspersoon worden gelijkgesteld een juridische entiteit, een trust of een andere juridische constructie (art. 1, lid 2 wtmo). Met deze gelijkstelling wordt voorkomen dat de maatschappelijke organisatie navraag moet doen naar de precieze rechtsvorm van de donateur die geen natuurlijk persoon is.6
Pas wanneer er sprake is van substantiële donaties, is het mogelijk bij de maatschappelijke organisatie gegevens van de donateur op te vragen (art. 3, lid 1 wtmo). Substantiële donaties worden niet nader gedefinieerd. Naast een absolute component bevat dit begrip ook een relatieve component, zoals de verhouding tot de totale inkomsten van de begunstigde maatschappelijke organisatie.7 Volgens de toelichting op het wetsvoorstel is het evenwel voorstelbaar dat de autoriteiten die om donatiegegevens verzoeken zich bij de uitvoering mede laten “inspireren” door het bedrag van 15.000 euro, dat onder de Wwft wordt gehanteerd als één van de indicatoren voor melding van een ongebruikelijke transactie door financiële instellingen aan de Financial Intelligence Unit-Nederland.
De informatieplicht ziet op persoonsgegevens als de naam en woonplaats van de donateur. Is de donateur een rechtspersoon, dan gaat het om de volgende gegevens: de zetel en het doel van de rechtspersoon en de naam en woonplaats van de vertegenwoordiger van de rechtspersoon.8 Als de donatie via een tussenpersoon is ontvangen, vallen ook de gegevens van de tussenpersoon hieronder. Het is mogelijk om persoonsgegevens te verwerken waaruit religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen kunnen blijken (art. 3, lid 2 wtmo). Het opvragen van persoonsgegevens moet wel noodzakelijk zijn voor de vervulling van de wettelijke taken van de overheidsinstanties (art. 3, lid 1, lid 7 en artikel 4, lid 1 wtmo). De toelichting geeft niet aan waaruit die noodzaak moet blijken.
De informatieplicht geldt ook voor religieuze en levensbeschouwelijke organisaties, ongeacht hun rechtsvorm: kerkgenootschap, vereniging of stichting. De memorie van toelichting op het wetsvoorstel staat in een afzonderlijke paragraaf stil bij deze categorie van maatschappelijke organisaties.9 Deze toelichting beklemtoont enerzijds de bijzondere positie van kerkgenootschappen en dat het beginsel van scheiding van kerk en staat meebrengt dat de overheid terughoudend optreedt ten aanzien van de interne organisatiestructuur van kerkgenootschappen. Dit is echter onverminderd de bevoegdheid en de plicht van de staat om op te treden tegen wie daarbij de wet overtreedt.10 Anderzijds merkt de toelichting op dat de informatieplicht niet ingrijpt in de interne organisatie van een kerkgenootschap en geen onderscheid maakt op grond van de inhoud van een geloofsovertuiging of levensbeschouwing en noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid en de bescherming van de openbare orde en het algemeen belang. Bovendien is de verplichting volgens de toelichting doelgericht van aard: alleen de aangewezen overheidsinstanties kunnen informatie opvragen en dit is slechts wanneer dit in een concreet geval nodig is ter uitoefening van hun wettelijke taak. De informatie betreft in eerste instantie alleen de herkomst, doel en omvang van donaties. Het verstrekken van persoonsgegevens komt pas in beeld als er sprake is van substantiële donaties en wanneer dit noodzakelijk is voor de taakuitoefening van de betreffende overheidsinstanties.
Wanneer het verzoek is gericht tot het hoogste aggregatieniveau met rechtspersoonlijkheid van het kerkgenootschap, moet er niet alleen inzicht gegeven worden in herkomst, doel en omvang van verkregen donaties die dit aggregatieniveau zelf heeft ontvangen, maar ook van de donaties die ontvangen zijn door onderdelen die tot de organisatie behoren en niet zelfstandig als kerkgenootschap in het Handelsregister zijn ingeschreven.11 Als een kerkgenootschap bepaalde activiteiten heeft ondergebracht bij een andere rechtsvorm, zoals een stichting, dan moet die stichting op een separaat verzoek inzicht verlenen in de verkregen donaties.12
Alle maatschappelijke organisaties – ongeacht de rechtsvorm kerkgenootschap, vereniging en stichting – hebben dus onder dezelfde voorwaarden te maken met deze informatieplicht over donaties.