Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen
Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/8.2.3.4:8.2.3.4 Niet kwalificerende beleggingsdeelneming; deelnemingsverrekening
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/8.2.3.4
8.2.3.4 Niet kwalificerende beleggingsdeelneming; deelnemingsverrekening
Documentgegevens:
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS401780:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Voor een uitgebreide uiteenzetting van de (systematiek) van de deelnemingsverrekening verwijs ik naar A.W. Hofman, De deelnemingsverrekening, FM nr. 138, Kluwer, 2011.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Is er sprake van een niet-kwalificerende beleggingsdeelneming, dan wordt geen deelnemingsvrijstelling verleend maar wordt in beginsel deelnemingsverrekening toegepast.1 Op grond van art. 13aa lid 1 Wet VPB 1969 worden de voordelen (zowel positieve als negatieve voordelen, dividenden, vermogensresultaten en herwaarderingsresultaten (art. 13a Wet VPB 1969)) die een belastingplichtige geniet uit een beleggingsdeelneming voor een gebruteerd bedrag van die voordelen tot de winst gerekend. De brutering van de voordelen uit beleggingsdeelneming vindt plaats door het voordeel met de factor 100/95 te vermenigvuldigen. Deze factor veronderstelt een geheven winstbelasting van 5% bij de beleggingsdochter, ook al is dit percentage in werkelijkheid meer of minder. In afwijking van deze algemene regeling kunnen winstuitkeringen op grond van art. 13aa lid 4 Wet VPB 1969 in EU situaties ook gebruteerd worden tegen de daadwerkelijk drukkende winstbelasting.
Indien de gebruteerde voordelen uit de gezamenlijke beleggingsdeelnemingen positief zijn, worden deze voordelen op grond van art. 13aa lid 5 Wet VPB 1969 tegen het normale vennootschapsbelastingtarief in aanmerking genomen. Vervolgens bestaat er recht op verrekening van de op die voordelen drukkende winstbelasting met de verschuldigde vennootschapsbelasting (art. 23c Wet VPB 1969). De deelnemingsverrekening is de laagste van de volgende twee limieten:
5% van het bedrag van de gezamenlijke gebruteerde voordelen, bedoeld in art. 13aa lid 5 Wet VPB 1969.
De uitkomst van de volgende breuk: (gezamenlijke gebruteerde voordelen -/- de kosten ter zake van de beleggingsdeelneming)/belastbaar bedrag x de verschuldigde vennootschapsbelasting.