Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/1.3:1.3 Probleemstelling
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/1.3
1.3 Probleemstelling
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS611436:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Inkomen uit werk en woning (box 1) - niet-winst
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze studie onderzoek ik de relevantie van ‘verbondenheid’ in het belastingrecht en met name of kan worden volstaan met enkele geüniformeerde begrippen, of dat verschillende begrippen wenselijk of noodzakelijk zijn. Voorts wordt bezien of de wetgever er, rekening houdend met de economische en sociaal-maatschappelijke werkelijkheid en definities in andere rechtsgebieden, in is geslaagd om verbondenheid fiscaalrechtelijk op een logische, duidelijke en zoveel mogelijk uniforme wijze te omschrijven. Hierbij worden ook aanbevelingen gedaan tot optimalisatie.
Bij de uitwerking van deze probleemstelling ga ik in op de volgende deelvragen, die tevens het toetsingskader vormen van mijn onderzoek:
Welke aangrijpingspunten kunnen in de bedrijfseconomie, het ondernemingsrecht en het jaarrekeningenrecht worden gevonden voor de omschrijving van verbondenheid tussen lichamen en tussen lichamen en natuurlijke personen?
In enkele bedrijfseconomische thema’s komt verbondenheid tot uitdrukking. Met name in de interne-organisatieleer is veel materiaal beschikbaar over bijvoorbeeld integratie, diversificatie, multinationale ondernemingen en strategische allianties. In het ondernemingsrecht wordt belang gehecht aan het feit dat rechtspersonen met elkaar zijn verbonden, en dat geldt ook voor de regels in Titel 9 Boek 2 BW, de RJ en IFRS in het jaarrekeningenrecht. Een vraag die hieraan voorafgaat, is of aansluiting bij de inhoud van vergelijkbare termen in andere disciplines en rechtsgebieden geoorloofd is of dat autonome fiscale begrippen nodig zijn. Deze rechtstheoretische vraag beantwoord ik in paragraaf 1.4.
Welke aangrijpingspunten biedt de sociaal-maatschappelijke werkelijkheid en het personen- en familierecht voor de definitie van relaties van natuurlijke personen?
In het personen- en familierecht zijn het huwelijk en het geregistreerd partnerschap, bloed- en aanverwantschap en familierechtelijke betrekkingen tussen personen belangrijke onderwerpen. Voorts kan worden gewezen op gezinssociologische beschouwingen over relaties, huwelijk en gezinsvorming.
Waarom is verbondenheid van belang voor de belastingheffing en op welke plaats en welke wijze wordt hiermee rekening gehouden in het belastingrecht? In paragraaf 1.2 is opgemerkt dat er tientallen afwijkende begrippen bestaan in het belastingrecht, maar in welke fiscale regelingen staan deze nu eigenlijk en wat is de aard en functie van de verschillende begrippen?
Hoe verhouden de fiscale begripsomschrijvingen zich tot de wijze waarop verbondenheid tot uitdrukking komt in de bedrijfseconomie, het ondernemingsrecht, het jaarrekeningenrecht en het personen- en familierecht?
In hoeverre zijn fiscale verbondenheidsbegrippen neutraal ten aanzien van de door belastingplichtigen gekozen rechtsvorm van lichamen en de samenlevingsvorm van natuurlijke personen? Zoals in paragraaf 1.4 wordt toegelicht, wordt bij de term ‘rechtsvormneutraliteit’ vaak gedacht aan een rechtsvormneutrale ondernemingswinstbelasting. Naar mijn mening betekent het echter ook dat antimisbruikbepalingen en faciliteiten waarin ‘verbondenheid’ een rol speelt, in beginsel ongeacht de rechtsvorm van lichamen van toepassing zijn. Om die reden wordt dit getoetst. In vergelijkbare zin wordt beoordeeld of bij de definitie van begrippen voor de relaties van natuurlijke personen rekening is gehouden met het huwelijk, geregistreerd partnerschap en ongehuwd samenwonen.
In welke mate kunnen ‘open normen’ worden gehanteerd voor de omschrijving van fiscale verbondenheidsbegrippen?
De afgelopen jaren is meer aandacht ontstaan voor het verminderen van de regeldruk in algemene zin, ofwel deregulering. Dit sluit aan bij de discussie in de literatuur over scherpe en vage normen in het recht. In dit verband kan men zich afvragen of verbondenheid gedetailleerd moet worden omschreven en of er op dit gebied deregulering mogelijk is.
Is het mogelijk om begripsomschrijvingen te uniformeren, rekening houdend met verschillen in aard en functie van fiscale regelingen?
De afweging tussen uniformiteit en pluriformiteit van wettelijke begrippen is eveneens aan bod gekomen in de literatuur. Hierbij is opgemerkt dat uniformiteit de eenvoud en de kenbaarheid van het recht bevordert, maar ook dat de ‘best passende inhoud’ van een begrip kan variëren met het doel van de desbetreffende bepaling. Zoals hiervoor is opgemerkt, vind ik dat verbondenheidsbegrippen in de verschillende fiscale regelingen zouden moeten worden gebaseerd op criteria die zoveel mogelijk identiek zijn. Maar is dit gelet op de aard en functie van begrippen ook mogelijk?
Welke aanbevelingen kunnen op basis van het vorenstaande worden gedaan voor de definities van verbondenheidsbegrippen in het belastingrecht?