Aanvullen van subjectieve rechten
Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/13.6.3:13.6.3 Toepassingsvoorwaarden
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/13.6.3
13.6.3 Toepassingsvoorwaarden
Documentgegevens:
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS302862:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
544. De toepassingsvoorwaarden voor het toedelen van aanspraken worden door de overheid per aanspraak bepaald. Daardoor is het mogelijk om precies te bepalen onder welke omstandigheden en onder welke voorwaarden de aanspraak kan worden uitgeoefend. Vooral bij wilsrechten is dat van toegevoegde waarde, omdat deze daardoor doorgaans enkel in gevallen zullen worden uitgeoefend waarin dat – op voorhand – de maatschappelijke welvaart lijkt te verhogen (zie paragraaf 13.1.3). De reden daarvoor is tweevoudig. Ten eerste zal de overheid de voorwaarden voor het uitoefenen van het wilsrecht zó insteken dat het waarschijnlijk is dat de situatie waarin het wilsrecht kan worden ingeroepen door het uitoefenen van het wilsrecht wordt verbeterd. Daarnaast zal degene aan wie het wilsrecht toekomt het wilsrecht alleen uitoefenen als hij óók meent dat de situatie (in ieder geval voor hemzelf) daar beter van wordt.
545. In het kader van dit onderzoek is vooral het geval relevant waarin wilsrechten worden toebedeeld die ten gunste komen van iemand die een subjectief recht heeft. Bij het toedelen van aanspraken die dienen tot het beschermen, versterken of verwezenlijken van een subjectief recht is het nuttig om de inroepbaarheid van het wilsrecht te beperken tot precies die partijen die het relevante subjectieve recht daadwerkelijk hebben. Daardoor worden deze wilsrechten enkel uitgeoefend in gevallen waarin dat efficiënt lijkt te zijn; niet alleen omdat de wilsrechten enkel toekomen aan degene die het juiste subjectieve recht heeft, maar ook omdat het wilsrecht niet meer aan hem toekomt zodra hij dat subjectieve recht verliest (zie paragraaf 13.3). Hetzelfde geldt voor de situatie waarin de gerechtigdheid tot het subjectieve recht en het belang bij dat subjectieve recht uiteen komen te lopen (zie paragraaf 13.4); het wilsrecht dient dan te kunnen worden uitgeoefend door degene die het belang bij het subjectieve recht heeft waarvoor het wilsrecht is verschaft.