Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden
Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/I.6:I.6 Terminologie
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/I.6
I.6 Terminologie
Documentgegevens:
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460395:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Misdrijven zijn opgenomen in het tweede boek van het Wetboek van Strafrecht, en overtredingen in het derde boek.
Lindenbergh, Schreuder & Verbaan 2015, p. 1.
In Nederland wordt de HSE-medewerker (verwijzend naar ‘Health, Safety and Environment’) ook wel KAM-coördinator genoemd (‘Kwaliteit, Arbeidsomstandigheden en Milieu’).
DTA staat voor ‘Deskundig Toezichthouder Asbest’.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dan nog enkele opmerkingen van terminologische aard. Dit proefschrift gaat specifiek over de milieuaansprakelijkheid van natuurlijke personen met een leidinggevende functie binnen ondernemingen. Met milieuaansprakelijkheid bedoel ik de persoonlijke aansprakelijkheid voor het begaan van een milieuovertreding. Hierbij moet het woorddeel ‘overtreding’ niet in de strafrechtelijke zin van het woord worden opgevat, namelijk de verzamelnaam voor ‘lichte strafbare feiten’ en de tegenhanger van misdrijven.1 Ik gebruik milieuovertreding in de meeromvattende zin van het woord: hiermee verwijs ik naar de schending van een milieunorm.
Voor de afbakening van het begrip milieunorm kan onderscheid worden gemaakt op basis van verschillende kenmerken, zoals de aard of plaats van de norm (is de norm specifiek gericht op de bescherming van het milieu of afkomstig uit milieuwetgeving?), de belangen die door de norm worden gediend (is de naleving van de norm bevorderlijk voor de staat van het milieu?) of de aard van de schade (kan de schending van de norm leiden tot milieuschade?). Deze (overlappende) onderscheidingsgronden leiden tot verschillende verzamelingen van milieunormen. In dit proefschrift beoog ik echter geen definitie of taxonomie uit te werken van milieunormen. De begrippen milieuaansprakelijkheid, milieuovertreding en milieunorm zijn daarom niet vastomlijnd: de aanwezigheid van één van de bovengenoemde kenmerken is voldoende. Overigens zal een groot deel van dit proefschrift wel gaan om een specifiek type wettelijk milieuvoorschrift, namelijk vergunningsvoorschriften en algemene regels die de milieubelastende activiteiten van inrichtingen reguleren, waarover later meer.
In het kader van dit onderzoek moet aansprakelijkheid van de leidinggevende ruim worden opgevat. Ik verwijs hiermee naar de mogelijkheid van het opleggen van een privaatrechtelijke, bestuursrechtelijke of strafrechtelijke sanctie aan een leidinggevende die hem raakt in zijn persoonlijke vermogen of vrijheid. Het kan hierbij allereerst gaan om een preventieve sanctie, dus een maatregel om een milieuovertreding te voorkomen. Voorbeelden hiervan zijn de last onder bestuursdwang of dwangsom en een rechterlijk bevel. Daarnaast kan aansprakelijkheid ook verwijzen naar de mogelijkheid om een reparatoire sanctie op te leggen; dus sancties die zien op het herstellen van de rechtmatige toestand en het vergoeden van gemaakte kosten in verband met een milieuovertreding. Daaronder valt in ieder geval de vordering tot schadevergoeding, en ook de last onder bestuursdwang en dwangsom kunnen een herstelfunctie hebben. Ten slotte bedoel ik met aansprakelijkheid ook het opleggen van een bestraffende sanctie, bijvoorbeeld een bestuurlijke boete of een strafrechtelijke sanctie. Verder zal ik de begrippen sanctie en remedie als uitwisselbaar gebruiken.
Omdat voor milieuaansprakelijkheid niet de formele positie maar veeleer de feitelijke positie van de aangesprokene binnen een onderneming en diens betrokkenheid bij de milieuovertreding doorslaggevend is, is het niet nodig om het begrip leidinggevende scherp af te bakenen. Het begrip leidinggevende kan breed worden opgevat. Ik richt me in ieder geval op de aansprakelijkheid van zogenaamde ‘hoofdleidinggevenden’. Daaronder reken ik in navolging van Lindenbergh en anderen2 in ieder geval het topmanagement en middenmanagement. Onder topmanagement vallen de leidinggevenden met verantwoordelijkheid voor de hele organisatie die zich bezighouden met het ontwikkelen van beleid en strategie. Hieronder kunnen in ieder geval de bestuurders van de rechtspersoon worden geschaard. Het middenmanagement implementeert dat beleid en is eindverantwoordelijk voor een bepaalde afdeling of taak. Verder heb ik voor mijn onderzoek ook de aansprakelijkheidspositie bestudeerd van leidinggevenden met functionele verantwoordelijkheid voor milieurelevante activiteiten, bijvoorbeeld de HSE-medewerkers3 of DTA’s.4 Ook de milieuaansprakelijkheid van curatoren komt zijdelings aan bod. Ten slotte is het nog goed om te benadrukken dat waar ik spreek over bestuurders, ik specifiek de statutaire bestuurders (of daaraan gelijkgestelde personen) van rechtspersonen bedoel. In dit proefschrift ga ik niet in op de aansprakelijkheid van bestuurders van overheidslichamen.
Ten slotte nog een opmerking met betrekking tot het geslacht van de leidinggevende. In eerste instantie probeerde ik consequent naar hypothetische leidinggevenden of een leidinggevenden waarvan het geslacht onbekend is te verwijzen met ‘zij of hij’ dan wel ‘hij of zij’. De combinatie van voornaamwoorden kwam de leesbaarheid echter niet bepaald ten goede, is stilistisch onaangenaam, en is ook niet inclusief naar andere geslachten. Afwisselend gebruik van ‘hij’ of ‘zij’ was ook geen oplossing, want dit werkt verwarrend, legt onbedoeld accenten en leidt af van de inhoud. Onzijdige voornaamwoorden zijn momenteel alleen gangbaar voor dieren en voorwerpen. Als het geslacht niet bekend of niet relevant is, is het momenteel gebruikelijk om een mannelijk voornaamwoord te gebruiken.5 Dit is dan ook waar ik uiteindelijk voor heb gekozen. In dit kader wil ik dus benadrukken dat waar nu ‘hij’ staat ook andere geslachten moeten worden begrepen.
Dit waren de algemene opmerkingen met betrekking tot de terminologie en afbakening van mijn onderzoek en de gebruikte terminologie. Sommige hoofdstukken bevatten nog aanvullende, rechtsgebiedspecifieke opmerkingen hieromtrent.