NJB 2022/2730
Het besluit tot verwijdering als bedoeld in de Verblijfsrichtlijn is, zodra de staatssecretaris het bezwaar ongegrond heeft verklaard, het besluit in primo waarbij de staatssecretaris heeft vastgesteld dat een vreemdeling geen rechtmatig verblijf op grond van het Unierecht heeft gehad of meer heeft.
ABRvS 18-11-2022, ECLI:NL:RVS:2022:3338
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
18 november 2022
- Magistraten
Mrs. Verheij, Wissels, De Moor-van Vugt
- Zaaknummer
201906282/1/V3
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2022:3338, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 18‑11‑2022
- Wetingang
(art. 15 Verblijfsrichtlijn)
Essentie
Het besluit tot verwijdering als bedoeld in de Verblijfsrichtlijn is, zodra de staatssecretaris het bezwaar ongegrond heeft verklaard, het besluit in primo waarbij de staatssecretaris heeft vastgesteld dat een vreemdeling geen rechtmatig verblijf op grond van het Unierecht heeft gehad of meer heeft.
Partij(en)
Uitspraak op het hoger beroep van: de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, appellant, tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 13 augustus 2019 in zaak nr. NL19.18157 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris.
Uitspraak
Procesverloop
Bij besluit van 2 augustus 2019 heeft de staatssecretaris de vreemdeling ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.