NJB 2019/2790:Toepassing van art. 249 lid 1 Sr (ontucht plegen ‘met’ zijn minderjarig kind) in een geval waarin art. 250 Sr (opzettelijk teweegbrengen of bevorderen van ontucht ‘door’ zijn minderjarig kind) zou moeten zijn toegepast als geprivilegieerde specialis: de Hoge Raad doet de klacht af met toepassing van art. 81 Sr nu de verdachte onvoldoende belang bij zijn klacht heeft in aanmerking genomen dat de bewezenverklaarde gedragingen van de verdachte kunnen worden gekwalificeerd onder art. 250 lid 1 aanhef en onder 1° Sr zonder dat dat wijziging van het in deze zaak toepasselijke strafmaximum ten gevolge heeft