Einde inhoudsopgave
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/4.4.3.4
4.4.3.4 De accountant dient na te gaan of de jaarrekening het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht geeft
1
mr. J.E. Brink-van der Meer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.E. Brink-van der Meer
- JCDI
JCDI:ADS300558:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Voor een onderbouwing van de volgorde van bespreking, verwijs ik naar paragraaf 1.4.2.4.
Schoonderbeek (1995), p.164.
Dit heeft tot gevolg dat er ook veel is geschreven over het inzichtvereiste, zie onder andere: Hijink (2010), p. 390, Reimers (2006b), p. 471, Beckman & Krens, 4.1.2 uitgangspunten en beginselen, De Haan (2009), p. 87.
De Haan (2009), p. 87.
Zetteler & Pheijffer (2016), p. 9.
Ook wel: professional judgement of vakkundige oordeelsvorming. Zie ook: Onzenoort, (2010), en Blaisse (2013), p. 13 e.v.
Blaisse (2013), p. 13 e.v.
Zie paragraaf 4.3.2 voor de exacte overweging uit het Vie d’Or arrest.
Zie paragraaf 1.4.2.3 over artikel 2:362 BW, het begrip ‘getrouw beeld’ en de verschillen.
RB Rotterdam 30 mei 2007, LJN BB6044, JOR 2009, 64 (Ropama/Deloitte).
RB Utrecht 29 april 2009, LJN BI3323 (Gemeente Veenendaal/KPMG).
Zetteler & Pheijffer (2016), p. 9. Zie paragraaf 5.7 ter zake de getroffen schikking.
Gerechtshof Amsterdam, 5 juli 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2681, r.o. 3.11.
Zie ook: Gerechtshof Amsterdam, 5 juli 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2681 (Heli Holding) en De Haan (2009), p. 99.
Het begrip ‘inzicht’ is een subjectief gegeven. Er is geen sprake van harde, objectief vaststelbare normen om er invulling aan te geven.2 Er is dus veel ruimte voor interpretatie bij het inzichtvereiste.3
Er bestaat zodoende flexibiliteit met betrekking tot de op te maken jaarrekening. Denkbaar is dat één onderneming zijn jaarrekening op verschillende manieren kan inrichten, die allen een voldoende inzicht opleveren. Er bestaat dus niet één juiste jaarrekening, ware het niet dat je op grond van de wet slechts één jaarrekening mag opmaken.4
Bij de beantwoording van de vraag of is voldaan aan het inzichtvereiste is een belangrijke toetsende rol weggelegd voor de accountant. De toets van het inzichtvereiste betreft geen exacte werkelijkheid. Ook al is duidelijk dat de regels zijn nageleefd, dan moet nog het vereiste inzicht door de accountant worden beoordeeld. Het gaat er bij het onderzoek naar het inzichtvereiste onder meer om dat de accountant toetst of de door het bestuur gemaakte keuzes in redelijkheid gemaakt konden worden, aanvaardbaar zijn en tot een verantwoord oordeel en het vereiste inzicht leiden, met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving.5 Dit betreft professionele oordeelsvorming.6 Professionele oordeelsvorming wordt gedefinieerd als: ‘Het toepassen van relevante training, kennis en ervaring in de context van standaarden inzake controle, verslaggeving en ethiek, bij het maken van weloverwogen keuzes over de te treffen maatregelen in de omstandigheden van de controleopdracht’.7
De voor de controle zeer relevante standaarden in NV COS hebben een ‘principle based’ karakter, hetgeen dus ruimte laat voor professionele oordeelsvorming. Blaisse merkt op dat inherent aan professionele oordeelsvorming is dat verschillende accountants op een verschillende manier invulling aan eenzelfde casus kunnen geven en toch dezelfde doelstelling kunnen bereiken.8 Het normenkader van de NV COS komt er zijns inziens in de kern op neer dat de accountant de jaarrekeningcontrole met een professioneel-kritische9 instelling en met voldoende diepgang dient uit te voeren en dat hij toereikende controle- informatie dient te verkrijgen als grondslag voor de bij de jaarrekening afgegeven accountantsverklaring. Ik deel de mening van Blaisse. Een professioneel-kritische instelling maakt onderdeel uit van professionele oordeelsvorming en wordt omschreven als: ‘Een houding die onder meer gekenmerkt wordt door een onderzoekende instelling, het alert zijn op omstandigheden die kunnen duiden op eventuele afwijkingen die het gevolg zijn van fouten of fraude, en een kritische evaluatie van controle-informatie10’. Professionele oordeelsvorming is een belangrijk onderdeel van de zorgplicht van de accountant. Immers, zoals Blaisse opmerkt: ‘De controle wordt niet uitgevoerd op basis van een sjabloon maar is een zaak van professionele oordeelsvorming waarbij rekening dient te worden gehouden met de aard van de organisatie’.
Inzichtvereiste in de jurisprudentie
Uit het Vie d’Or arrest11 kan de volgende definitie van het inzichtvereiste worden afgeleid: de jaarrekening dient naar het onafhankelijk en objectief inzicht van de accountant een getrouw beeld te geven van het vermogen, het resultaat en de solvabiliteit en liquiditeit van de onderneming. Deze definitie sluit nauw aan bij artikel 2:362 BW12 en de wettelijke taak van de accountant.
In jurisprudentie worden de volgende onderdelen aangestipt die van belang kunnen zijn voor de invulling van het inzichtvereiste:
Het in de jaarrekening gepresenteerde beeld mag niet misleidend zijn, ook niet indien sprake is van een verklaring van oordeelonthouding (Ropama13);
Het missen van een bankgarantie bij de controle kan verstrekkende gevolgen hebben. Hierdoor kan goedkeuring zijn verleend aan de jaarrekening, terwijl deze jaarrekening geen getrouw beeld gaf van de vermogenspositie (Gemeente Veenendaal14);
Het is niet voorstelbaar dat een jaarrekening met een flatterend en misleidend beeld van het vermogen en het resultaat wel voldoet aan de eisen van artikel 2:362 BW, dat immers – kort gezegd – bepaalt dat de jaarrekening een getrouw beeld dient te geven van het vermogen en het resultaat van de rechtspersoon (Landis15);
Indien in een jaarrekening geen melding wordt gemaakt van serieuze zorgen van de accountant terzake de continuïteit en zonder voorbehoud een goedkeurende verklaring wordt afgegeven, is niet het vereiste inzicht gegeven in de financiële situatie van de rechtspersoon (Heli Holding,16 zie tevens paragraaf 4.4.3.1/continuïteit over deze zaak).
Jegens opdrachtgever en derden
Zoals uit paragraaf 4.3.2 blijkt maakt de Hoge Raad wat deze zorgverplichting betreft geen onderscheid tussen de opdrachtgever en derden.17
Door het subjectieve element is de kans op een schending van deze zorgverplichting gering. De accountant dient er echter wel voor zorg te dragen dat zijn professionele oordeelsvorming ter zake het inzichtvereiste goed onderbouwd schriftelijk in het controledossier is vastgelegd. Is hier geen sprake van, dan is de kans op een schending van deze zorgverplichting aanmerkelijk groter.