Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/442
Klaagschrift inmiddels overleden advocaat ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.
HR 18-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:403
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 maart 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, T. Kooijmans
- Zaaknummer
24/00459 Bv
- Conclusie
A-G mr. P.M. Frielink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:403, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:222, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 18‑02‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1389, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑12‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 29‑03‑2024
- Wetingang
Essentie
1. Beoordeling cassatiemiddel van inmiddels overleden advocaat die beroep heeft gedaan op verschoningsrecht ten aanzien van inbeslaggenomen gegevensdragers. 2. Rechtbank kon klager niet niet-ontvankelijk verklaren in klaagschrift op de grond gegevensdragers zijn teruggegeven, nu klaagschrift mede betrekking heeft op het gebruik en de kennisneming van (kopieën van) die gegevens. 3. Voortzetting procedure na terugwijzing door gezaghebbend vertegenwoordiger van de beroepsgroep van de verschoningsgerechtigde.
Samenvatting
- 1.
In beginsel moet een klaagschrift ex art. 552a Sv geacht worden door het overlijden klager te zijn vervallen (vgl. HR 16 mei 2017, NJ 2017/223). De Hoge Raad ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.