Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht
Einde inhoudsopgave
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/4.5:4.5 Korte samenvatting
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/4.5
4.5 Korte samenvatting
Documentgegevens:
mr. I.J. Krukkert, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. I.J. Krukkert
- JCDI
JCDI:ADS464480:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Fiscaal strafrecht
Fiscaal bestuursrecht / Boete
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een onafhankelijke positie en een onpartijdige oordeelsvorming van de bestraffende instantie zijn van groot belang bij het bepalen van de strafmaat. Bij het onderzoek naar de rechtsnormatieve uitwerking van het onafhankelijkheidsbeginsel binnen het fiscale boeterecht en het strafrecht met betrekking tot de straftoemeting valt op dat het fiscale boeterecht minder waarborgen biedt. Zo kan de inspecteur, anders dan de strafrechter, ‘gestuurd’ worden door beleidsregels van hogerhand en is er in het fiscale boeterecht geen formele scheiding tussen degene die het beboetbare feit constateert en degene die de boete oplegt. Ook is de arbeidsrechtelijke rechtspositie van de strafrechter sterker dan die van de inspecteur, bijvoorbeeld ten aanzien van benoeming, mogelijk plichtsverzuim, disciplinaire straffen en strafontslag. Daarnaast volgt uit de gezagsrelaties tussen leidinggevenden en ondergeschikten binnen de Belastingdienst een zekere afhankelijkheid.
Doordat de inspecteur meer afhankelijkheden kent dan de strafrechter is het risico op schijn van vooringenomenheid navenant groter, ook al is het beginsel van onpartijdigheid in het bestuursrecht bij wet gecodificeerd (artikel 2:4 Awb). Weliswaar kan de belastingplichtige door middel van een bezwaartraject enig herstel van bevooroordeling worden geboden – enigszins vergelijkbaar met wraking van de strafrechter – maar de schijn zal in veel gevallen reeds zijn gewekt.