Forumkeuze in het Nederlandse internationaal privaatrecht
Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/17.1:17.1 Inleiding
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/17.1
17.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS415669:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de voorgaande hoofdstuk is vooral de geldigheid van een forumkeuze aan bod geweest. De daarvoor belangrijke elementen zijn besproken, zoals het materiële en formele toepassingsbereik van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag en 24 EEX-V°/18 Verdrag, wilsovereenstemming, de vorm, de bepaaldheid van de rechtsbetrekking en de verhouding tot andere, waaronder exclusieve, fora. Aannemende dat partijen geldig met inachtneming van de vormvoorschriften een forumkeuze sluiten, rijst de vraag of partijen nog aan beperkingen zijn gebonden bij de keuze van een gerecht. Ook is denkbaar dat partijen bij de keuze nog bepaalde voorwaarden moeten vervullen.
In dit hoofdstuk ga ik na welke beperkingen of voorwaarden mogen worden gesteld aan een forumkeuze aannemende dat deze voor het overige voldoet aan de voorwaarden voor geldigheid. Ten eerste onderzoek ik in par. 17.2 of een band moet bestaan tussen enerzijds het geschil, de rechtsbetrekking of de partijen en anderzijds het gekozen forum. Vooral in de Anglo-Amerikaanse rechtspraak vraagt een gerecht zich in het kader van zijn bevoegdheid af of een forumkeuze niet leidt tot de berechting door een gerecht dat niet geschikt is om het geschil te beslechten. Een gekozen gerecht kan 'non convenient' zijn om het geschil te beslechten. Een gederogeerd gerecht kan echter meer 'convenient' zijn dan het gekozen gerecht. Over hetforum non conveniens gaat par. 17.3, hetgeen is toegespitst op de vraag of de gekozen rechter de berechting van de zaak kan aanhouden of weigeren, indien hij zichzelf als een forum non conveniens beschouwt. Ten derde bespreek ik in par. 17.4 de vraag of partijen een redelijk belang moeten hebben bij hun forumkeuze, en zo ja wat het begrip 'redelijk belang' inhoudt. Deze paragraaf heeft met name betrekking op het Nederlandse commune internationaal privaatrecht, omdat de art. 8 en 9 Rv een 'redelijk belang' vermelden als voorwaarde voor rechtsmacht van de Nederlandse rechter. Daarna ga ik in par. 17.5 in op de mogelijkheid voor partijen een forumkeuze te splitsen door gerechten in verschillende staten in één forumkeuze aan te wijzen. Ik noem dat — ontleend aan het conflictenrecht — 'clépecage' van een forumkeuze. Aansluitend gaat par. 17.6 over de verhouding tussen forumkeuze en hetforum necessitatis, omdat een geldige forumkeuze wellicht niet kan worden nagekomen doordat een procedure voor het buitenlandse gerecht onmogelijk is of van de eiser niet kan worden gevergd de zaak bij het gekozen gerecht aanhangig te maken. Voorts handelt dit hoofdstuk in par. 17.7 over de vraag in hoeverre een gerecht dient te beoordelen of de overeenkomst tot aanwijzing van de bevoegde rechter ingaat tegen de redelijkheid en billijkheid of dat de forumkeuze tot stand is gekomen door misbruik van omstandigheden of misbruik van bevoegdheid.