25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/61.5.3:61.5.3 Toekomst van de rechtsbescherming
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/61.5.3
61.5.3 Toekomst van de rechtsbescherming
Documentgegevens:
mr. J.H.A. van der Grinten, mr. J. Wijmans, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.H.A. van der Grinten, mr. J. Wijmans
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De bestuursrechtelijke rechtsbescherming tegen toezichtshandelingen is beperkt. Zoals gezegd gaat het in de regel om een indirecte rechtsbescherming: het oordeel van de bestuursrechter over de rechtmatigheid van de toezichtshandeling kan slechts worden verkregen in een procedure tegen een besluit tot handhaving van de medewerkingsplicht of een handhavingsbesluit tegen een geconstateerde overtreding. Degene die met een toezichtshandeling wordt geconfronteerd die volgens hem niet door de beugel kan, heeft er echter vaak belang bij de rechtmatigheid daarvan aan de orde te stellen zonder het op een handhavingsactie aan te laten komen. De bestuursrechter lijkt dan de meest geëigende rechter om over die rechtmatigheidsvraag te oordelen. Dat pleit er naar onze mening voor een bestuursrechtelijke rechtsingang te creëren tegen handelingen van de toezichthouder waarvan de rechtmatigheid wordt betwist. Om te voorkomen dat die mogelijkheid ten koste gaat van de effectiviteit van het toezicht, zou een snelle behandeling van dit soort zaken voor de hand liggen.1