Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement
Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/9.4.2:9.4.2 Pre-insolventie
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/9.4.2
9.4.2 Pre-insolventie
Documentgegevens:
mr. A.M. Mennens , datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192806:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 384 lid 2 sub a jo. art. 370 lid 1 Fw.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
499. Ten eerste zal de rechtbank de homologatie weigeren indien de schuldenaar niet verkeert in een toestand waarin het redelijkerwijs aannemelijk is dat hij met het betalen van zijn schulden niet zal kunnen voortgaan.1 Dit is een essentiële weigeringsgrond, omdat buiten de situatie van pre-insolventie geen rechtvaardiging bestaat om een vermogensverschaffers te binden aan de meerderheidsopvatting. Het is daarom van grote waarde dat de rechter ook ambtshalve homologatie kan weigeren wanneer hij signaleert dat de onderneming niet in serieuze financiële problemen verkeert. Zie daarover uitgebreid §4.6 (uitgangspunt 4).